Wambuis

De afgelopen maanden heb ik de historische romans van Hilary Mantel over Thomas Cromwell gelezen, in de Nederlandse vertaling van Ine Willems (Wolf Hall en Het Boek Henry) en Harm Damstra en Niek Miedema (De spiegel en het licht). Die boeken spelen in de zestiende eeuw in Engeland tijdens de regering van Hendrik de Achtste en bevatten natuurlijk allerlei termen voor zaken uit die tijd. Uit de context blijkt wel waarom het gaat, maar toch blijft zo’n woord soms door je hoofd spelen. Dat had ik met het woord ‘wambuis’.

Ik wist dat het een kledingstuk was, een soort jasje, maar toen ik het een paar maal was tegengekomen wilde ik er toch een duidelijker beeld van krijgen. Van Dale noemt het een ‘vroeger gedragen mansbovenkledingstuk dat het lijf van de hals tot aan het middel bedekte’. Het woord is afkomstig uit het oud-Frans (wambais), en heeft wortels in middeleeuws Latijn (wambesios – gewatteerd onderkleed) en oud-Grieks (bambakion – katoen). In Middelburg in Zeeland hebben archeologen een wambuis van geitenleer uit de 16e eeuw gevonden. Een schapenleren wambuis van Hugo de Groot zit in de collectie van het Rotterdam museum

In de middeleeuwen droegen ridders zo’n gewatteerd onderkleed onder hun maliënkolder. Degenen die geen maliënkolder konden betalen hadden het wambuis als enige bescherming bij een aanval met slagwapens. Gaandeweg maakte het wambuis een ontwikkeling door en werd het ook buiten het slagveld gedragen. In de zestiende eeuw was het een soort vest dat onder de mantel werd gedragen en aan het begin van de twintigste eeuw was het inmiddels geëvolueerd tot overhemd en mouwloos gilet.

Op een site waar je historische kostuums kunt huren staan afbeeldingen van kledingstukken uit verschillende periodes, onder meer  wambuizen en kniebroeken uit de 17e eeuw en kostuums voor een toneelspel dat in de periode rond 1580 speelt.

De site Modemuze, ‘platform voor mode en kostuumerfgoed’, levert met het zoekwoord ‘wambuis’ uiteenlopende afbeeldingen en wetenswaardigheden op. Daarbij staan ook een aantal fraaie kostuumontwerpen voor opera’s. Toen ik die zag besefte ik dat de beelden van een wambuis voor mij vooral geassocieerd zijn met Verdi-opera’s.

Smartlap – Moederke Alleen

Onlangs bezocht ik In het Huis van het Boek aan de Prinsessengracht in Den Haag de tentoonstelling Ruud de Wild, Songboek, een ‘reis langs de mooiste Nederlandse liedjes’ (duurt nog tot 5 maart 2023). Er waren heel wat ‘o ja’-momenten, bij liedjes die ik kende, en af en toe had ik sterk de neiging om mee te zingen of neuriën. Bij de afdeling smartlappen lag in een vitrine tot mijn vreugde een boekje dat was opengeslagen op een bladzijde met de tekst en muziek van ‘Moederke Alleen’ van componist Emiel Hullebroeck en René de Clercq.

Dat bracht me zo’n vijftig à zestig jaar terug in de tijd. We hadden toen een grammofoonplaat, Blijvend Applaus, Sterren van nu voor sterren van toen, vol smartlappen die toen al oud waren, gezongen door artiesten die in die tijd bekend waren. Dat ‘Moederke Alleen’, gezongen door Corry Brokken, vond ik als sentimentele (pre-)puber erg mooi.

En nu lag daar dat vergeelde boekje met de noten van de melodie en de tekst van de drie coupletten. Thuis ging ik op de computer verder op zoek. De uitvoering door Corrie Brokken vond ik terug op YouTube. Conclusie: je moet ervoor in de stemming zijn, zal ik maar zeggen. Op de LP Blijvend Applaus staat Moederke Alleen op kant A en op YouTube stond alleen de B-kant. Die heeft nog meer van die liedjes met een hoog nostalgisch gehalte, bijvoorbeeld de al even larmoyante smartlappen ‘Zusje’ en ‘Het antwoord van zusje’ (Corrie Brokken en Willeke Alberti), en ‘Jantjes Vuile Vingertjes’ (Willeke Alberti).

Op YouTube vond ik ook andere uitvoeringen van Moederke Alleen, bijvoorbeeld een versie in een swingend tempo en met een toeterbegeleiding, afkomstig van het album ‘Feest met de familie Neefs’, maar ook een sfeervolle instrumentale versie op harp door Katleen De Vylder.

In de koorwiki CPDL staan een pdf- en een midibestand voor vierstemmige a capella koor in een arrangement van Wim Verkaik. Misschien kunnen we deze mierzoete tranentrekker eens op een feestavond van Cantarella zingen.

Al met al heb ik me een paar uurtjes lekker in nostalgie kunnen wentelen.

Voor de volledigheid is hier de tekst:
1. Wie zal er ons kindeke douwen
en doet het zijn moederken niet?
Wie zal er zijn dekentjes vouwen,
dat ’t schaars door een holleken ziet?

Refrein: Kleine, kleine moederk’ alleen
Douw, douw, douwderideine.
Kleine, kleine moederk’ alleen.
Kan van uw wiegske niet scheên.

2. Wie zal naar ons kindeke kijken,
die bleuzenden stouten kapoen?
Wie zal er zijn hemdekes strijken,
zijn haarken in krullekes doen?
Refrein

3. Wie zou voor ons kindeke derven
haar laatste kruimelke brood?
Wie zou er, wie zou er voor sterven
en lachen op kind en op dood?
Refrein

Jaar van het Konijn

Op 22 januari begint in de Chinese astrologie het Jaar van het Konijn, het Water Konijn om precies te zijn, en dat duurt tot en met 9 februari 2024. Het konijn staat symbool voor geduld, geluk en vrede, en het element water maakt zachtaardig en meegaand, conflict mijdend. In het jaar van het Konijn komt volgens de astrologiewebsite Catharina Web de nadruk meer te liggen op ‘respect en compassie voor de mensen om je heen.’ We gaan het meemaken!

Over de positieve eigenschappen van astrologische Konijnen zegt de site astropsychologie dat dat ze extreem gevoelig kunnen zijn, en daarnaast verlegen, planmatig, strategisch, zorgvuldig, tactvol, aanhankelijk, vriendelijk, lief, verfijnd, intelligent, verstandig, lang-levend, ambitieus, doelmatig, goed gemanierd, artistiek, wetenschappelijke, gastvrij, bescheiden en deugdzaam.
En over de negatieve eigenschappen wordt gezegd dat ze heel aanstellerig kunnen zijn, saai, minachtend, jaloers, obsessief, geheimzinnig, ingewikkeld, moeilijk, onverschillig, zelfingenomen, hypocriet, zelfingenomen, bedrieglijk, egoïstisch en neerbuigend.

De meeste beroemde konijnen hebben echter niet veel met dit sterrenbeeld te maken, zoals het onvermoeibare  Duracellkonijn uit de reclame of Flappie van Youp van ’t Hek, die niet echt ‘lang-levend’ was. Van de talloze bekende al dan niet verstripte konijnen heeft De Stripspeciaalzaak een top-25 samengesteld. Hierin staat Bugs Bunny van de Looney Tunes op nummer één, Stampertje uit Bambi op nummer twee en Nijntje Pluis van Dick Bruna op drie.

In de literatuur en muziek komen we verschillende konijnen tegen; het Witte Konijn uit Alice in Wonderland was bijvoorbeeld de inspiratie voor het nummer White Rabbit van Jefferson Airplane. Een bekend boek waarin een groep konijnen op reis gaat om een kolonie te stichten is Waterschapsheuvel van Richard Adams. Op dat boek is de animatiefilm Watership Down uit 1978 gebaseerd, die vooral bekend is geworden door het lied Bright Eyes van Art Garfunkel. En een liedje dat ik zelf altijd met een konijn associeer is ‘Hopsa heisasa’. Dat zong Disneys Broer Konijn altijd, zoals op dit plaatje uit een boek met vijf avonturen van Broer Konijn dat ik op internet vond. Ik was erg verbaasd dat dit een echt bestaand liedje was.

Heel vroeger hebben we thuis korte tijd een konijn als huisdier gehad, waarvan ik me voornamelijk herinner dat we voortdurend paardenstekken moesten plukken om het te eten te geven. En op de middelbare school kreeg ik eens voor mijn verjaardag van medeleerlingen een dwergkonijntje cadeau met de pompeuze namen Pythagoras Diogenes Plato, maar dat ‘Pythootje’ werd genoemd. Hij was een meester in het graven van holen en wist na enige tijd uit het hok te ontsnappen en is nooit meer teruggevonden.

Stap voor stap

In de kerstvakantie heb ik meegedaan aan een ‘write-along’, een workshop waarin je in twaalf dagen een verhaal schrijft. Carola Janssen van Prompt!-schrijven had deze schrijfworkshop georganiseerd onder de noemer ‘Over de drempel’. De zomerversie ervan was me afgelopen jaar goed bevallen (zie daarover dit blogstukje) en het leek me ook voor de periode rond de feestdagen een geschikte bezigheid. Het geeft je een beetje het idee van een vakantiecursus.

Bij zo’n write-along krijg je elke dag een vervolgopdracht waarmee je je verhaal moet aanvullen. Na twaalf dagen is je verhaal dan af. In de eerste scène van ‘Over de drempel’ stap je nietsvermoedend de deur uit en blijk je in de toekomst terecht te komen. Het resultaat wordt dus een soort sciencefictionverhaal.

Nu vind ik tijdreizen in sciencefiction vaak heel fascinerend, maar ik moet vooral niet te diep nadenken over mogelijke consequenties en hoe die in de praktijk uitwerken. Ik heb al moeite met de overgang van zomer- naar wintertijd en andersom: wanneer gaan we ook al weer een uur vooruit en wanneer een uur achteruit? Een geheugensteuntje is dat ik bij het ingaan van de zomertijd het gevoel heb dat me een uur wordt ontstolen. Daar heb ik de rest van de zomer last van.

Bij deze write-along had ik geen tijd voor diepgaande bespiegelingen omdat ik elke dag dankzij de opdrachten een nieuwe draai aan het verhaal moest geven. Daardoor bleef het ook voor mij een verrassing hoe het verder zou gaan en raakte ik buiten mijn comfortzone. Het liefst heb ik alles in grote lijnen al uitgedacht voordat ik begin te schrijven.

Na twaalf dagen was mijn verhaal inderdaad af. Ik heb achteraf nog wel een paar dingen aangepast, zodat er iets meer samenhang in kwam. Het uiteindelijke resultaat heb ik de titel ‘Een stap vooruit’ gegeven. Als je het wilt lezen kun je de pdf ervan hier downloaden.

Prompt! heeft aangekondigd dat er gewerkt wordt aan een volgende aflevering van de write-along-workshops. Voor zes euro kunnen liefhebbers tegenwoordig ook op bestelling  oudere write-alongs volgen.

Nieuwjaarswens 2023

Het nieuwe jaar is weliswaar al bijna een week oud als dit blogstukje verschijnt, maar er is nog genoeg 2023 over voor een heilwens. Een korte versie daarvan is: ik wens alle lezers van dit blog een gelukkig en gezond nieuwjaar.

Mijn gebruikelijke nieuwjaarsknutsel heb ik dit jaar eenvoudig gehouden. Eigenlijk is hij iets te eenvoudig geworden, want het zigzagrandje valt er snel af. Een concreet goed voornemen is dan ook om volgend jaar een degelijker constructie te verzinnen. Verder wil het met de goede voornemens nog niet zo vlotten en ga ik dus maar gewoon door met wat ik vorig jaar ook al deed. Hooguit neem ik hier en daar wat gas terug. Dat laatste staat overigens los van de energiecrisis.

Ook voor 2023 heb ik weer een kalender gemaakt, deze keer met de titel Tegels. Er zitten inderdaad een of twee ‘echte’ tegels tussen die ik beschilderd heb, maar de meeste plaatjes zijn ‘gewoon’ afbeeldingen van andere vierkante werkjes, variërend van 10×10 tot 30×30 cm. Ze zijn gemaakt op uiteenlopende dragers (papier, mdf, paneel) en met verschillende materialen (gekleurde fineliner, acrylverf, ecolinestiften). Om voor de kalender een rechthoekig formaat te krijgen heb ik aan weerskanten een kolom minitegeltjes gezet.

Zo ziet bijvoorbeeld het blad voor januari er uit:

Hieronder staan de tegels van de verschillende maanden bij elkaar, zonder hun zijkolommen.

Voor alle zekerheid is hier nog een langere en meer op een bepaald terrein toegespitste versie van de heilwens: moge het voor iedereen een jaar worden waarin je je creatief en recreatief kunt uiten in het luisteren naar of beoefenen van muziek, in het schrijven of anderszins bezig zijn met taal, in schilderen of tekenen in kleur en zwart-wit, in experimenteren met baksels en andere geknutsel, en moge bij al die activiteiten de onvermijdelijke tegenslagen behapbaar en weinig in aantal zijn.

Vogelzangles

Vrienden uit Zwitserland sturen me regelmatig knipsels en artikelen die met zingen en muziek te maken hebben. Zo kreeg ik afgelopen maand de brochure ‘Vogelstimme’, met allerlei wetenswaardigheden over vogelzang. Daarin kwam onder meer het aanleren van liedjes door zangvogels ter sprake.

Als voorbeeld van de vaardigheid om liedjes aan te leren werd de Gimpel , de goudvink, genoemd. Deze vogel wordt kennelijk vaak ‘onmuzikaal’ genoemd en Wikipedia omschrijft diens zang als ‘een zacht fluiten, regelmatig onderbroken door trillers en krassende geluiden’. De kleine vinkjes leren dat van hun vader, maar als ze door andere vogelsoorten worden opgevoed nemen ze de zang daarvan over: de kleine goudvinkjes blijken heel goede leerlingen.

In de achttiende eeuw werd op het leervermogen van zangvogels ingespeeld door gekooide jonge zangvogels bekende melodietjes voor te spelen die ze dan na leerden fluiten. In het artikel werd verwezen naar het boekje The Bird Fancyer’s Delight uit 1717, met 43 melodietjes, waarvan er 11 voor goudvinken bedoeld waren. Die werden dan bijvoorbeeld met een blokfluit voorgespeeld, bij voorkeur een sopranino. De Engelse naam voor een blokfluit, recorder, schijnt hiervan te zijn afgeleid via het Latijnse recordor: herinneren, onthouden.

Voor mensen die niet zo goed blokfluit konden spelenwaren er toentertijd speciale instrumenten om de vogels te leren zingen, zoals de serinette, afgeleid van het Franse serin, kanarie. Oorspronkelijk werd dit mechanische muziekinstrument dat fluitende tonen voortbrengt namelijk gebruikt om gedomesticeerde kanaries populaire deuntjes te leren fluiten. Daarom wordt het ook wel kanarieorgeltje genoemd.

Meer informatie over de werkwijze bij dit zangonderwijs aan vogels staat bijvoorbeeld in een uitgebreid (Engelstalig) artikel van Amy Miller, eveneens The Bird Fancyer’s Delight geheten [link voor niet-robots]. Daar zijn ook verschillende voorbeelden te horen. Naderhand werden de wijsjes uit dit boekje op hun beurt regelmatig bewerkt tot allerlei leuke stukjes voor bijvoorbeeld een of twee blokfluiten.

In 2011 heeft BBC Radio 4 een heel programma over The Bird Fancyer Delight uitgezonden, gemaakt door Sarah Angliss. Hierover heeft zij een artikel met achtergrondinformatie geschreven, met veel luisterfragmenten ter illustratie.

En omgekeerd heeft vogelzang natuurlijk veel componisten geïnspireerd, met Olivier Messiaen als bekendste. En ‘The Lark Ascending’, de opstijgende leeuwerik, van Ralph Vaughan Williams staat op plaats 24 van de klassieke top 400 van 2022 (Hier een uitvoering door Janine Jansen uit 2003).

Donkere dagen voor kerst

De laatste weken voor kerstmis, de ‘donkere dagen’, heb ik het best druk. Veel van mijn wekelijkse activiteiten geven de afsluiting van het lopende jaar een min of meer feestelijk tintje en dat gaat meestal gepaard met allerlei lekkers te eten en drinken.

De aftrap was dit jaar voor mij de kerstreis van Swetterhage, die na de lockdowns gelukkig weer door kon gaan. Met een aantal (oud-)leden van Tourdion zongen we net als in voorgaande jaren verkleed  als herders kerstliedjes op de route tussen verschillende scènes uit het kerstverhaal. (Zie 2017 en 2018 voor een impressie van eerdere edities.) De kop erwtensoep en het broodje kroket smaken altijd voortreffelijk.

Bij de laatste schilderles neemt iedereen wat te eten en drinken mee voor een gemoedelijke nazit. Mijn pakje met zoute koekjes kon ongeopend mee terug, want de anderen hadden veel lekkerder dingen meegenomen. Eigenlijk is dit seizoen voor het schilderen nog niet echt afgelopen, want de vrijdag voor kerst werken we vanaf vier uur met een klein groepje in DOK nog verder aan onze miniatuurstillevens. Die kunnen we al dan niet voor een goed doel verkopen, daarover is de organisatie niet helemaal duidelijk. Wij doen het voornamelijk voor de gezelligheid, dus ik neem mijn koekjes gewoon weer mee.

Voor mijn vrijwilligerswerk in De Bieslandhof hielp ik deze laatste keer niet bij het schilderen of ‘de zangvereniging’, maar bij een workshop op een kerstmarkt. Bewoners konden hier naast de kerstboom een polaroidfoto van zichzelf laten maken. Mijn taak was het tekenen van een cirkel op die foto, die dan door volgende fröbelaars werd uitgeknipt en op een rond kartonnetje geplakt, dat uitbundig werd versierd. Uiteindelijk kregen de mensen hun eigen kerstbal mee met veel glitter. Hier viel voor mij niet veel te snaaien: het bleef beperkt tot een bekertje koffie met een kerstkoekje.

De repetities van Cantarella werden afgesloten met een ‘open podium’ na de pauze. Ik had de stoute schoenen aangetrokken en heb daar een kerstlied gezongen: ‘It came upon the midnight clear’. De Glühwein heb ik aan me voorbij laten gaan, maar na die gezongen nootjes ging een handvol pindanootjes er best wel in.

Ook met de creaclub hebben we een kersttraditie: een (sterk) drankje  bij of in de koffie en bijpassende versnaperingen.

En dan moeten het echte kerstgebeuren en de jaarwisseling nog komen.

In 2023 zal ik waarschijnlijk enige matiging moeten betrachten, maar vooralsnog geniet ik ervan.

Nieuwe ketel

Afgelopen zomer zouden de appartementen in mijn gebouw een nieuwe verwarmingsketel krijgen maar dat bleek niet zo eenvoudig. In verschillende woningen, waaronder die van mij, moest een gat gehakt worden om de buizen goed aan te laten sluiten op het afvoerkanaal. De werkzaamheden voor deze ‘moeilijke’ appartementen waren daarom uitgesteld tot november.

Ik moest de hele dag thuis zijn, deels zonder water en verwarming. Dat had ik allemaal geregeld, maar een dag van tevoren werd ik door het installatiebedrijf gebeld dat ze een dag later zouden komen. Toen had ik natuurlijk wel al afspraken. Gelukkig kon ik mijn huissleutel afgeven en zouden ze die na gedane werkzaamheden in de brievenbus gooien.

Er werd gewerkt volgens een strikte arbeidsdeling. Eerst kwamen de werkvoorbereiders (afdekken, afplakken) en vervolgens de mensen voor het werk zelf. Alles werd ook weer netjes opgeruimd. Overigens had ik gedacht dat mijn ketel kort geleden al was vervangen, want in plaats van een rode had ik nu een grijze, maar dat bleek een misvatting: wat ik voor de ketel hield, is geen ketel maar een ‘expansievat’. Nu heb ik ook weer een nieuw expansievat: een wit exemplaar deze keer.

In de loop van de middag hing de ketel. De verwarming deed het weer, maar er zat een groot gat in de wc-muur, waarachter allerlei buizen bleken te lopen. Aan het einde van de dag kwam er nog iemand die dat gat provisorisch heeft afgesloten met een plaat. Het kon nog niet definitief gedicht, want dat moest brandveilig gebeuren. Dat deden ze de dag erna.

Na de brandveilige dichting kwam er iemand om de muur te stuken. Deze grondlaag moest een paar dagen drogen en na het weekend kwam weer iemand anders voor de volgende stuukfase, waarin de muren en het plafond in de wc van een fraaie korrelige structuur werden voorzien.

Nu is er niets meer te bespeuren van het gat en ziet alles er weer pico bello uit, alleen hebben ze voor al die werkzaamheden de plank in mijn wc gedemonteerd en een soort filter uit het plafond gehaald. Die hebben ze niet teruggehangen, helaas.

Pleisterplaats

Er zijn woorden die je af en toe tegenkomt waarvan je weet wat ze betekenen, maar die als je er wat langer naar kijkt een beetje vreemd overkomen. Dat had ik laatst bij het woord pleisterplaats. Een pleister plak je op een wond en muren kun je pleisteren.

Wonden en muren passen inderdaad bij de twee betekenissen van pleister in Van Dale. Enerzijds heb je daar de omslachtige omschrijving ‘een taai, kleverig, door de warmte zacht wordend geneeskrachtig middel, dat op linnen, taf of zacht leer gestreken, op een wond of op de huid gelegd wordt’, ofwel ‘een stukje stof dat met een kleefmiddel bestreken is om het op of over een wond te kunnen bevestigen’, en dat ook wel kleef- of hechtpleister wordt genoemd. En anderzijds is er het  ‘kalkmengsel waarmee muren besmeerd worden’. Het woordenboek heeft daarnaast meer dan twintig samenstellingen met pleister, waarvan pleisterplaats er één is.

Geen van voornoemde betekenissen van pleister lijkt hier iets mee te maken te hebben, en zowaar: het werkwoord pleisteren blijkt een derde betekenis te hebben. En dat is degene die van toepassing is bij pleisterplaats.

Over het ontstaan van deze derde vorm van pleisteren meldt de etymologiebank dat het is afgeleid uit het woord ‘peisteren’, waaraan later een l werd toegevoegd. Peisteren betekent ‘voeren, laten grazen’ of ‘van het paard afstijgen om het te laten grazen’, en dat werd vervolgens ‘de reis onderbreken om te rusten en voedsel tot zich te nemen’. Verschillende café/restaurants blijken dan ook ‘De Pleisterplaats’ te heten.

Een andere situatie waarin het woord pleisterplaats gangbaar is, is de vogeltrek. Voor kraanvogels blijkt de pleisterplaats in Frochteloërveen bijvoorbeeld heel aantrekkelijk. En voor veel trekvogels is de Waddenzee een gewilde tussenstop. Door de gevolgen van klimaatverandering staan de trekroutes en de mogelijkheden om onderweg iets te eten te vinden echter onder druk.

Oranje op straat

Tijdens deze wereldkampioenschappen voetbal kleuren de straten veel minder uitbundig oranje dan bij eerdere internationale sportevenementen. Hier en daar hangt er nog wel een reusachtige vlag of een verdwaalde oranje slinger, maar de meeste mensen en straten stellen zich duidelijk terughoudend op.

Waarschijnlijk is dat uit woede over de vele dodelijke slachtoffers en slechte arbeidsomstandigheden bij de bouw van de stadions, de corrupte organisatie die het evenement laat plaatsvinden in een olie- en gasrijke woestijnstaat die met de energie slurpende airco in de stadions een lange neus trekt naar het klimaat en het milieu, en de abominabele opvattingen over lhbt-enzovoorters en vrouwen.

Toch kleurden de straten bij mij in de wijk allemaal oranje. De hele stad wordt momenteel namelijk van glasvezelkabel voorzien en begin 2024 moet heel Delft voorzien zijn. Zolang die kabels boven de grond liggen en zichtbaar zijn, overheerst oranje in het straatbeeld. Nu mijn wijk aan de beurt is valt dat toevallig samen met het WK-voetbal.

Ze zijn hier nu bezig met het leggen en ingraven van de kabels. Bij mijn flat liggen ze inmiddels onder de grond tot aan de ingang en hebben we naast de brievenbussen een leuk tegeltuintje met oranje  sprieten. Uiteindelijk krijgen we daarmee allemaal ‘toegang tot het snelste netwerk van Nederland’, oftewel snel internet.

Voor de volgende stap, de verbinding doortrekken naar binnen, moesten we als bewoners toestemming geven. En zeker de laatste stap, ‘monteur activeert je verbinding’, wordt een spannend moment. Voor mij hoeft het internet niet eens sneller, als het nog maar wel werkt.

Overigens is het niet zo dat op straat de oranje versieringen nu vervangen worden door exemplaren met regenbogen.

Terzijde: wat me opvalt bij vlaggen, trappen en oversteekplaatsen met een regenboog is dat er altijd maar zes kleuren worden gebruikt (rood, oranje, geel, groen, blauw en violet). terwijl ik vroeger heb geleerd dat een regenboog zeven kleuren heeft. De kleur die ontbreekt is die tussen blauw  en violet: indigo, een soort donkerblauw.

Als je dan toch inclusief bent, mag die kleur toch eigenlijk niet ontbreken.