Oosterwijck en Oostenrijk

Vrijwel dagelijks kom ik op mijn vaste route naar de supermarkt voor boodschappen of naar het verpleeghuis voor mijn vrijwilligerswerk langs een aantal zijstraten waar ik doorgaans nauwelijks aandacht aan schenk. Een daarvan bekeek ik onlangs echter wat beter, omdat ik in een recensie van de tentoonstelling In volle bloei in het Mauritshuis (tot en met 6 juni 2022) de naam Maria van Oosterwijck was tegengekomen.

Van die straat had ik namelijk altijd gedacht (als ik er al aan dacht) dat die vernoemd was naar Maria van Oostenrijk, in de vage veronderstelling dat zij wel een landvoogdes of zo zou zijn geweest. Nu keek ik nog eens beter en, ja, het bleek de Maria van Oosterwijckstraat te zijn, met de toelichting ‘Nootdorpse schilderes’. Eigenlijk was dat ergens ook wel logisch, want alle straten in die wijk zijn naar schilders genoemd. Zo is deze betrekkelijk nieuwe Maria van Oosterwijckstraat een zijstraat van de Willem van Aelststraat, een schilder die een van haar leermeesters is geweest.

De schilderes Maria van Oosterwijck (1630-1693) was gespecialiseerd in bloemstillevens en ze was in haar tijd erg populair bij Europese vorstenhuizen en andere edelen, wat haar goed betaalde opdrachten opleverde. Dat ze zoveel succes had was in die tijd voor een vrouw uitzonderlijk, ook omdat ze geen lid van een gilde kon worden. De website ‘Maria van Oosterwijck – Vermaert Konstschilderesse’ bevat een biografie en een uitgebreide beschrijving van haar werk.

[Maria van Oosterwijck, Bloemen in een ivoren bokaal, c.1670-1675, Mauritshuis; Wallerant Vaillant, Portret van Maria van Oosterwijck, 1671. Rijksmuseum Amsterdam]

Maar er blijkt inderdaad ook een Maria van Oostenrijk te bestaan; er zijn zelfs meer Maria’s met die titel, van wie de meeste er ter onderscheid een tweede voornaam bij hebben, met Maria Theresia van Oostenrijk als bekendste (en daar zijn er ook minstens twee van). Zonder extra voornaam heeft Wikipedia een lemma voor Maria van Habsburg (1531-1581) en voor Maria van Hongarije (1505-1558). Deze laatste werd in 1531 door haar broer Karel V aangesteld als opvolgster van haar tante, de landvoogdes Margaretha van Oostenrijk, als zijn plaatsvervanger in de Nederlanden. Dat zal dus wel degene zijn die ik vaag in gedachten had als ik langs die zijstraat liep.

Palladium

Bij een lezing over iconen viel het woord ‘palladium’ als ‘beschermicoon van een stad’. Een palladium is volgens Van Dale inderdaad ‘iets dat de veiligheid enz. van een staat, een recht enz. waarborgt’. Dat kan een icoon zijn, maar ook een god of godin, een heilige of een engel.

Het oorspronkelijke Palladium, met een hoofdletter, was een houten beeldje van de godin Pallas Athene. Volgens de overlevering was dat beeldje in Troje uit de hemel gevallen en zolang het zich binnen de muren van die stad bevond kon niemand de stad innemen.
Toen de Grieken aan het eind van de Trojaanse oorlog dankzij de list met het houten paard de stad binnen waren gekomen, hadden Odysseus en Diomedes het Palladium gestolen, waarna de stad inderdaad viel. Over wat er daarna met het beeldje is gebeurd zijn verschillende verhalen in omloop. De Romeinen waren er in ieder geval van overtuigd dat Aeneas het had meegenomen toen hij met zijn vader Anchises en zijn zoontje Ascanius Troje ontvluchtte en Rome stichtte. Zo kwam het in Rome terecht en daar werd het zorgvuldig bewaard in de tempel van Vesta.

Gaandeweg kreeg palladium daarmee de bredere betekenis van iets wat de veiligheid van een stad of staat waarborgt. Dat konden iconen zijn zoals In het Byzantijnse rijk, of beschermheiligen, ook wel patroonheiligen genoemd, in de katholieke kerk. Zo is Laurentius van Rome de beschermheilige van Rotterdam en Nicolaas van Myra van verschillende havensteden, onder meer Amsterdam.

Toen ik op ging zoeken wie de beschermheilige was van Delft (waar ik woon) en van Beverwijk (waar ik geboren ben), vond ik het antwoord op een lijst van plaatsen in Nederland met hun patroonheiligen. De beschermheilige van Beverwijk blijkt Agatha van Sicilië en die van Delft Hippolytus van Rome. Geen van beiden staat in de top-10 van patroonheiligen. Daarin staat Sint Maarten op één.

Naast stedenbeschermer is palladium ook een scheikundig element, een zacht en pletbaar zilverwit metaal dat in dezelfde groep van het periodiek systeem zit als nikkel en platina. Het heeft atoomnummer 46 en het symbool ervoor is Pd. Het wordt gebruikt als katalysator in verschillende reacties en er worden sieraden van gemaakt. De ontdekker ervan, de Engelse chemicus William Hyde Wollaston (1766-1828) noemde het naar een kort daarvoor ontdekte asteroïde, Pallas, oftewel Pallas Athene, dezelfde godin die model stond voor het oorspronkelijke Palladium.

Kerst 2021

Evenals vorig jaar konden we weer niet verkleed als herders kerstliedjes zingen in de kerstreis van Swetterhaghe en liep ik daardoor de erwtensoep en een broodje kroket mis. En ook wil evenals vorig jaar de echte kerststemming zonder die liedjes niet echt komen en heb ik geen echte kerstboom. Om toch te zorgen voor een beetje kerstsfeer heb ik mijn oude kerstspullen tevoorschijn gehaald. De witte rendieren staan dit jaar buiten mijn huis in de binnengang, in het raamkozijn naar het trappenhuis. Daar komen ze best goed tot hun recht, vind ik.

Lees verder

Congé

Het woord congé ken ik van de uitdrukkingen ‘iemand zijn congé geven’ (ontslaan) en ‘je congé krijgen’ (ontslagen worden of afgewezen worden). In Belgisch Nederlands betekent het ook vakantie of verlof, in navolging van het Frans. Tot mijn verrassing kwam ik het woord onlangs tegen in een andere context, namelijk in een bundel met pianobewerkingen van oude dansen.*

Lees verder

Ampelmannetje

In een artikel over nostalgie stond dat sommige voormalige bewoners van Oost-Duitsland na de val van de muur terugverlangen naar bepaalde aspecten van de DDR. Als voorbeeld werden de Trabant en de Ampelmännchen genoemd. Een Trabant is een auto, maar wat is een Ampelmännchen, vroeg ik me af.

Het Ampelmännchen blijkt zelfs in de Nederlandse Wiki te staan: ‘de Duitse benaming voor het figuurtje op verkeerslichten voor voetgangers, en in het bijzonder voor het ontwerp daarvan in de voormalige DDR’. Toen ik dit las herinnerde ik me inderdaad dat ik ooit op school had geleerd dat een Ampel een verkeerslicht is.

Het speciale van dat voormalige Oost-Duitse verkeerslichtmannetje is dat het onderdeel is geweest van een verkeersveiligheidscampagne. Daarin werd het gebruikt om kinderen op een aantrekkelijke manier verkeersregels bij te brengen. Ze speelden bijvoorbeeld een rol in het televisieprogramma Verkehrskompaß. Een kinderprogramma uit je jeugd is op oudere leeftijd natuurlijk vaak aanleiding tot nostalgie, maar ook bleken de figuurtjes beter te functioneren dan de westerse en inmiddels zijn ze dankzij een actiegroep her en der in Duitsland weer ingevoerd.

Die actiegroep, ‘Red de verkeerslichtmannetjes’, heeft er ook voor gezorgd dat er allerlei Ampelmann-producten op de markt kwamen, met name voor souvenirwinkels in Berlijn. Zo staan ze bijvoorbeeld op T-shirts, handdoeken, bekers, paraplu’s, sleutelhangers, vlakgommetjes en op stickers voor de wc-deur, die laatste zijn er  in een mannelijke en vrouwelijke vorm. Ook het verkeerslichtarsenaal is uitgebreid, met een Ampelmädchen. Volgens de producent was dat niet uit emancipatieoverwegingen, maar omdat het figuurtje meer licht doorlaat.

Naast de trambrug over de Schie hangt op een muur een logo van ‘Ampelmann’, dat inderdaad zo’n Ampelmännchen voorstelt. Ampelmann is daar een verwijzing naar een in Nederland ontwikkelde machine die het mogelijk moet maken bij ruw weer over te stappen van een schip op een boorplatform of windmolen. De machine is genoemd naar het Duitse verkeerslichtmannetje, omdat beide het oversteken veiliger maken.

En sinds ik me in dit onderwerp heb verdiept kom ik de mannetjes ook regelmatig op straat tegen.

Jingoïsme

Op mijn lijstje met nog op te zoeken woorden stond ‘jingoïsme’. Ik was dat in 2018 tegengekomen in een bespreking in de NRC van een aantal boeken over de Vietnamoorlog. Het leek het me hoog tijd om er daadwerkelijk mee aan de slag te gaan toen ik het woord onlangs weer tegenkwam, deze keer in een column waarin de NRC Ombudsman ingaat op de verslaggeving over de oorlog in Afghanistan in de afgelopen twintig jaar: ‘Van jingoïsme over een ‘exotische’ oorlog was nooit sprake.’

Lees verder

Metronoom

Als ik zing vind ik het vaak moeilijk om het tempo vast te houden. Bij iets wat niet zo goed ken heb ik de neiging om te vertragen en bij vrolijke, bekende stukjes is de kans groot dat ik even lekker doorstoom. Dat blijkt trouwens meer voor te komen, want ik hoor regelmatig de waarschuwing ‘niet jagen’ en ook zit ik wel eens met gekromde tenen omdat ik bang ben dat een koor definitief uit de bocht zal vliegen.

Lees verder

Deftig

Na een seizoen van Heel Holland bakt heb ik altijd zin om zelf aan de slag te gaan. Deze keer wierp ik me op de kwarktaart. Nu is kwark heel gezond, maar een hele taart voor mij alleen is wat overdreven. Gelukkig heb ik een leuk kleine springvormpje (12cm doorsnee) en kon ik dus een kwart nemen van de hoeveelheden uit recepten. Dat deed me wel denken aan een oude kwestie: het onderscheid tussen een ‘taartje’ en een ‘gebakje’.

Lees verder