Na mijn verhuizing dit voorjaar had ik het vaste voornemen om dit jaar eindelijk weer eens een echte kerstboom te nemen. Maar de kerststemming kwam dit jaar niet, want die wordt meestal getriggerd door het zingen van toepasselijk repertoire.
Na mijn verhuizing dit voorjaar had ik het vaste voornemen om dit jaar eindelijk weer eens een echte kerstboom te nemen. Maar de kerststemming kwam dit jaar niet, want die wordt meestal getriggerd door het zingen van toepasselijk repertoire.
Als je op straat een i tegenkomt, dan weet je: hier is informatie te vinden. Daar hebben daar vooral toeristen en reizigers baat bij. Meestal zullen de informanten die je daar treft je weinig kunnen vertellen over imaginaire getallen, en krijg je als het meezit een reactie als: ‘O ja, i, dat is toch de wortel uit min één?’ Dan heb je waarschijnlijk een student met een vakantiebaantje getroffen.
Ooit schijnt een of andere componist, ik weet niet meer welke, gezegd te hebben dat hij zelfs een boodschappenlijstje op muziek kon zetten. Dat schoot me te binnen toen ik nadacht over de aanpak van een nieuw werkje, maar die componist had er niet bij gezegd hoe hij dat zou doen.
Toen ik op zoek was naar plaatjes voor leuke vlakvullingen gebruikte ik als zoekterm onder meer het woord rombus of rhombus, als alternatieve term voor ruit. Tot mijn verrassing bleek een ‘rhombus’ ook een muziekinstrument te zijn, dat ook wel ‘snorrebot’ wordt genoemd.
In 2019 bestond mijn oude school, Gymnasium Felisenum, 70 jaar. Daarvoor is een jubileumboek gemaakt, waarvoor ook ik iets had geschreven. De feestelijke uitreiking van dat boek voorjaar 2020 ging vanwege corona niet door en onlangs kreeg ik het thuisgestuurd. Omdat weinig lezers van dit blog dat te zien zullen krijgen, zet ik mijn stukje met enkele herinneringen aan klaslokalen ook hier neer.
In deze coronatijd kunnen we als koor niet bij elkaar komen om voor een groot werk te repeteren. We behelpen ons nu met zoom-sessies en het deels thuis instuderen van stukken voor een ‘liedboek’. Een van de stukken waarmee we nu aan de slag zijn gegaan is de Pavane van Gabriël Fauré.
Toen ik onlangs met naald en draad een paar mondkapjes in elkaar aan het zetten was leek het me toch wel handig als ik daarvoor een naaimachine zou hebben. Vroeger heb ik wel eens een lappendeken en een paar lange broeken met de hand gemaakt. Ik vond zo’n machine altijd een beetje eng, bang dat ik te veel gas zou geven en de machine op hol zou slaan. Maar gaandeweg is die angst gesleten. Dat is een voordeel als je ouder wordt: ik ben tegenwoordig ook niet meer bang voor honden.
In het blad #samenvoordieren van de Stichting Dierenlot (3-2020) stonden ‘7 weetjes over zwanen’. Het eerste weetje daarvan leerde me niet alleen iets over zwanen, maar ook een nieuw woord: grondelen. Dat blijkt het woord voor een verschijnsel dat ik wel regelmatig ben tegengekomen, maar waarvan ik me nooit heb afgevraagd of er misschien een speciale term voor is.
In oktober heb ik grote delen van de Klassieke Top 400 van de NPO beluisterd. In die Top 400 staan natuurlijk veel klassiekers uit het ijzeren repertoire, met het Requiem van Mozart op plaats twee en Bachs Matthäus Passion op één, maar tot mijn verrassing stond op plaats drie een werk dat ik niet kende en dat ik bij mijn weten ook nog nooit had gehoord.
Naar aanleiding van de reactie van Ineke op mijn stukje over R kom ik terug op een betekenis van K die ik nog niet kende. Mijn eerste blogstukje over K ging over de K van ‘kijken’ en dateert van juni 2018. Toen beperkte ik me voor de alfabetstukjes nog niet tot de letter als woord, want dan zou de k of K van kilo, kalium en Kelvin wel zijn langsgekomen, en misschien ook K als eufemisme van kanker.