Kleine denker

Ik heb twee beeldjes die vaak model hebben gestaan voor ‘werkjes’. Het zijn de ‘dikke denker’, die vooral als abstracte vorm vaak terugkomt, en de ‘kleine denker’, die bij verschillende belichtingen intrigerende schaduwen wierp. Maar nu is mijn kleine denker kapot: hij heeft zijn hoofd verloren.

Beide beeldjes hebben/hadden een vaste plaats op een kast in de slaapkamer,  waar ze in een rotsenlandschap staan van brokken gesmolten glas. Daar heb ik ze vaak met behulp van een schemerlamp vanuit verschillende richtingen belicht en in verschillende posities ten opzichte van elkaar gefotografeerd als voorbereiding voor verdere bewerkingen.

Als voorbeeld van die bewerkingen staan hieronder een potloodtekening waarin het licht op de kleine denker valt en een zentangle weergave met fineliner van een van de schaduwfoto’s. Een aantal andere resultaten staat op een bladzijde van mijn website AdelaarArt en van sommige oudere heb ik zelfs een fotoboek gemaakt met de tekeningen en schilderijen uit 2020 en 2021. Uit die jaartallen is af te leiden dat ik voornamelijk tijdens corona aan dit project heb gewerkt, al maak ik af en toe nog een nieuw werkje.

Hoe de beeldjes ooit in mijn bezit zijn gekomen weet ik niet meer, al staat me vaag bij dat in ieder geval de dikke denker een vakantiesouvenir is geweest, maar welke vakantie en waarheen? Toen ik een poging deed dat met google te achterhalen leverde dat geen resultaat op. Wel kwam ik naast de onvermijdelijke Denker van Rodin allerlei andere inspirerende beeldjes van denkers tegen. Ik overweeg dan ook dit project een vervolg te geven.

Maar nu is het hoofd van de kleine afgebroken toen ik hem, misschien wat onbehouwen, een andere plaats in het landschap wilde geven. Ik ga zeker proberen het er zorgvuldig weer op te plakken, maar als dat niet lukt dan heb ik ‘altijd de foto’s nog’, zoals in de afsluiting van het satirische tv-programma ‘Dat was het nieuws’ altijd geruststellend wordt gezegd.

-moedig

Op mijn lijstje met woorden die om de een of andere reden mijn aandacht trokken staan er een paar die eindigen op –moedig. De betekenis ervan heeft niet te maken met moed in de zin van onverschrokkenheid, maar met moed in de verouderde betekenis van gemoed of stemming. Van Dale zegt over -moedig: ‘als tweede lid in samenstellende afleidingen die betekenen: zo gestemd of gezind als door het eerste lid wordt aangegeven.

Als je er eenmaal op let kom je er steeds meer tegen:  kloekmoedig, lankmoedig, mismoedig, vrijmoedig, blijmoedig. In zekere zin kun je enkele van die -moedige woorden die duidelijk op een bepaalde stemming wijzen zien als voorlopers van de huidige smileys. Dat geldt bijvoorbeeld voor blijmoedig (vrolijk) of zwaarmoedig (somber).

Niet alle  ‘-moedige’ woorden zijn direct tot een bepaalde smiley te herleiden, maar die zijn ook om iets anders interessant. Een van de eerste -moedigen waarover ik me verwonderde was ootmoedig  in het derde couplet van het kerstlied ‘Nu sijt wellekome’:  ‘Ze offerden ootmoediglijk mirr’, wierook ende goud.’ Eigenlijk was alleen goud een woord dat ik kende. Veel woorden in die oude kerstliederen hadden voor mij als kind iets magisch, omdat ze me volslagen onbekend waren. Ootmoedig betekent nederig, deemoedig (nog zo’n -moedig woord!): ‘stemming van nederige onderworpenheid’.

Lankmoedig (geduldig, verdraagzaam) had ik genoteerd toen ik het ergens was tegengekomen omdat ik het een mooi woord vond. Het woord blijkt vooral in de Bijbel te vinden, met name in de oudere vertalingen. Bijvoorbeeld Spr 15:18  Een grimmig man zal gekijf verwekken; maar de lankmoedige zal den twist stillen in de Statenvertaling. Inderdaad kom ik het woord niet dagelijks tegen.

Een grappig woord vind ik stoutmoedig, omdat hier niet alleen ‘moedig’ die wat ongebruikelijke betekenis heeft, maar ook ‘stout’. Stout is niet ‘ondeugend ’zoals in ‘Ik ben lekker stout’ van Annie M.G. Schmidt, maar ‘vermetel, driest’. Op de lagere school vond ik bij geschiedenis dat Karel de Stoute maar een rare naam had. Stoutmoedig heeft min of meer dezelfde betekenis als kloekmoedig. Behalve die Karel met zijn bijnaam de Stoute uit de vijftiende eeuw had je in de dertiende eeuw een Frederik de Stoutmoedige en in de vijftiende eeuw een Albrecht de Kloekmoedige.

Er zijn nog veel meer van die  -moedige woorden. Het zoeken in Van Dale met *moedig leverde een hele lijst op als aanvulling op de handvol woorden die ik had genoteerd. Dat was zeker geen armoedig resultaat.

De Bieslandhof schildert

Sinds een paar jaar doe ik vrijwilligerswerk in verpleeghuis De Bieslandhof. Daar assisteer ik op vrijdagmiddag bij de ‘schilderactiviteit’ voor bewoners van pg-afdelingen (psychiatrisch-geriatrisch) en op maandagmiddag val ik af en toe in bij de schildergroep van bewoners van somatische afdelingen. Werk van beide groepen is de komende maanden te zien op een tentoonstelling in de gang naar het Trefpunt.

Het werk van ons als vrijwillig(st)ers op de vrijdagmiddag bestaat uit het treffen van voorbereidingen – papier op de werkbladen plakken, penselen neerleggen, lege potjes met water vullen, koffie en thee zetten, paletjes maken met verf in de kleuren die passen bij het plaatje van die middag. Daarna halen we de mensen op, van wie er veel in een rolstoel zitten, voorzien ze  van een schort en een kopje koffie of thee (met een koekje). En dan gaat iedereen aan de slag. De afgelopen weken heeft iedereen hard gewerkt om speciaal voor de tentoonstelling een werk te maken op schilderdoek in plaats van op papier.

Sommigen hebben bij het schilderen wat meer assistentie nodig dan anderen, maar het is altijd weer verrassend hoe één voorbeeldplaatje zoveel verschillende werken kan opleveren. En nu is een aantal ervan te bewonderen op de expositie, die is georganiseerd door Ilona Senghore, de activiteitenbegeleidster die de schildermiddagen coördineert. Ik heb geholpen bij het inlijsten en ophangen van de werken.

Op vrijdagmiddag 2 juni was de feestelijke opening met een hapje en een drankje, waarvoor ook familie en vrienden waren uitgenodigd. Ilona gaf een korte presentatie over ‘Tuinen in de kunst’, en liet op een groot scherm de werken en ‘onze’ makers zien: applaus voor iedereen en veel waardering voor de schilderijen, die op dat scherm prachtig uitkwamen.

Het zijn allemaal werken die het aanzien waard zijn. En ze zijn inderdaad nog te zien, want ze blijven in ieder geval hangen tot september. Dus: mocht je de komende tijd in De Bieslandhof komen, loop dan eens door de gang naar het Trefpunt (rechts van de ingang) en bewonder de resultaten!

Plantennieuws

In april schreef ik dat ik mijn balkon ‘zomerklaar’ had gemaakt en nu, begin juni, hangen en staan de bakken er kleurrijk bij. De planten lijken zich er thuis te voelen. Missie geslaagd, al blijft het opletten om ze op tijd water te geven, maar ook weer niet te veel. Intussen let ik er speciaal op hoe het met mijn eik gaat.

Eiken werden door voorchristelijke bewoners van West-Europa vaak als een heiligdom gezien. Ze symboliseren waardigheid, wijsheid en de verbinding tussen hemel en aarde, en kunnen gemakkelijk tweehonderd jaar oud worden. Zo oud is mijn kleine eikje bij lange na nog lang niet, maar ik hoop  dat hij het balkonleven een paar jaar volhoudt. Inmiddels heeft hij vier stevige bladeren, en een veelbelovende knop. Als hij het balkon en de bloempot ontgroeid is moet ik hem waarschijnlijk laten adopteren door iemand met een tuin.

Begin juni 2023 staan niet alleen de bloemen op het balkon er goed bij, maar ook de planten binnen. Drie jaar geleden heb ik een blogstukje geschreven over de Sansevieria’s in nood. Die hadden toen in het najaar te lang buiten op het balkon gestaan en waren er niet goed aan toe. Sindsdien mogen ze binnen blijven en dat heeft geholpen. Ze zijn helemaal bijgekomen, en meer dan dat: sommige bloeien zelfs! Niet kapot te krijgen, die naamgevers van dit blog😉.

Niet alleen de sansevieria’s doen het goed binnenshuis. Ook andere mee verhuisde planten bevalt het hier kennelijk. Aanvankelijk vreesde ik dat mijn oude varen langzaam weg zou kwijnen, maar afgelopen maand kwam er plotseling een compacte bundel uit die zich razendsnel ontwikkelde tot nieuwe takken met verse blaadjes. Letterlijk ontwikkelde, want elk blad begint opgekruld. Mooi om te zien!

Twee andere kamerplanten deden het van het begin af aan al goed. Zij gedijen op hun vaste plekje waar het licht is zonder rechtstreeks zonlicht. En dagelijks een slokje water krijgen.

De biefstukplant waarover ik in december 2020 heb geschreven heeft het helaas niet overleefd.

De graal

Eind april zag ik in de bioscoop een uitvoering van de opera Lohengrin in de New Yorkse Metropolitan Opera. De ‘ontknoping’ in deze opera van Wagner is (spoiler alert!) dat Lohengrin een graalridder is, de zoon van Parcival. Zijn naam moest eigenlijk ook geheim blijven, maar die was gezien de titel van het werk geen verrassing. Maar wat was die graal ook al weer?

Er stond me vaag bij dat de graal een mythische schaal was en dat Koning Arthur zijn ridders erop uit had gestuurd om die te zoeken. Dit leek me een mooie aanleiding om eindelijk het klassieke boek Li Contes del Graal van Chrétien de Troyes uit 1190 te lezen, in de rijmende vertaling van Ard Postuma uit 2006, De Graal. Die had ik enkele jaren geleden aangeschaft, maar lag nog steeds op de immer groeiende stapel ‘nog te lezen’.

Het boek gaat over de jonge Perceval (elders gespeld als Parsifal of Parzival), die een natuurtalent is als ridder. Perceval krijgt aan het begin van zijn carrière de graal te zien, een schaal of kelk:
 die zelf uit zuiver goud bestond
 en ingelegd was in het rond
 met edelstenen, van meer waarde
 dan alle andere op aarde.

Hij verzuimt echter zijn gastheer, de zieke Visserkoning, te vragen waaraan hij lijdt. Een paar jaar later komt hij weer in de graalburcht en deze keer stelt hij de vraag wel. De koning geneest en Perceval wordt de nieuwe graalkoning. Latere graalverhalen baseren zich meestal op dit onvoltooid gebleven boek van De Troyes, zoals Parzival van Wolfram von Eschenbach uit 1200-1210. Daarin staat ook het verhaal van Lohengrin (‘Loherangrin’) uit de opera van Wagner.

De Graal is een voorwerp met magische krachten. In de meeste verhalen is het een heilig christelijk reliek, namelijk de beker die Jezus bij het laatste avondmaal had gebruikt en waarin zijn bloed naderhand door Jozef van Arimathea werd opgevangen. De oorsprong van dergelijke magische voorwerpen is echter veel ouder dan het christendom. Daarom wordt de graal ook wel geassocieerd met Keltische elementen zoals de hoorn des overvloeds.

De term ‘heilige graal’ wordt ook overdrachtelijk gebruikt, voor een schijnbaar onbereikbaar doel. Zo werd supergeleiding onder alledaagse omstandigheden in de NRC van 23 april 2023 ‘de heilige graal van de natuurkunde’ genoemd. In een filmrecensie werd de heilige graal een MacGuffin gemoemd: een niet nader omschreven object waar personages achteraan gaan om het verhaal op gang  te brengen.

Een onnavolgbare zoektocht naar de graal, ten slotte, is te zien in de film Monty Python and the Holy Grail uit 1974, (ook op YouTube).

Relevante links met meer informatie zijn bijvoorbeeld:
Wikipedia – Heilige graal
Historiek.net: Heilige Graal – uitdrukking en betekenis

Rossini

Veel lezers van dit blog weten het al en sommige doen zelf mee: vrijdag 9 juni 2023 voert Cantarella de Petite Messe Solennelle van Gioachino Rosssini uit in de Raamstraatkerk in Delft. Voor de andere lezers: kom vooral luisteren, het is de moeite waard en voor een gevulde zaal zingen we nog veel beter. Informatie en kaartverkoop via de website van Cantarella.

Rossini is vooral bekend als operacomponist. Ik herinner me van vroeger nog een langspeelplaat met zijn opera-ouvertures. Die vond ik prachtig, vooral die van Wilhelm Tell (Guglielmo Tell, 1829). En ik was geïntrigeerd door de titels, zoals Die diebische Elster, waarvan ik Inmiddels weet dat de oorspronkelijke titel La Gazza Ladra (1817) is, de stelende  ekster.

De ruim veertig opera’s die Rossini heeft geschreven heb ik lang niet allemaal gezien. Natuurlijk wel Il barbière di Siviglia (De Barbier van Sevilla; 1816) , met de aria van de barbier Figaro die zo virtuoos is geparodieerd door Dorus (Tom Manders).

Het gebed (‘Preghiera’) uit Mosè in Egitto (1818) had ik graag eens willen zingen, maar dat is er in mijn jaren bij het operakoor Die Delftsche Sanghers nooit van gekomen. Daarmee heb ik vroeger wel Rossini’s Stabat Mater uitgevoerd. Uit dat werk staat me vooral de tenoraria  ‘Cuius animam gementem’ bij, een prachtige aria, maar het uitbundige gejubel past niet echt bij de tekst. (‘Haar klagende ziel, medelijdend en vol smart, werd als door een zwaard doorstoken’)

En nu gaan we dus met Cantarella de Petite Messe Solennelle uitvoeren, met piano en harmonium. Die mis (uit 1863, dus lang na zijn opera’s geschreven) heb ik nooit eerder gezongen. Wel heb ik een keer blaadjes mogen omslaan voor Ronald Jochems toen hij bij een uitvoering ervan de pianopartij speelde. Dan heb je geen last van de ingewikkelde tekstplaatsing voor al die amens in de twee fuga’s.

Er bestaat trouwens ook een mis ter ere van Rossini: de Messa per Rossini. Op uitnodiging van Giuseppe Verdi schreven dertien componisten delen voor deze requiemmis. De bedoeling was om deze mis uit te voeren in 1869, een jaar na Rossini’s dood, maar dat is toen niet doorgegaan. Naderhand heeft Verdi zijn deel, het ‘Libera me’, herzien en opgenomen in zijn eigen Messa da Requiem.

Beroemd is verder de Tournedos Rossini: een ‘haasbiefstuk op een in jus gedrenkte crouton, geserveerd met in boter gebakken ganzenlever, enkele plakken geschaafde truffel, besprenkeld met madeira en vaak geserveerd met spinazie en aardappels’. Die heb ik nog nooit gegeten.


Beluisteren op YouTube:
Ouverture Guglielmo Tell – Symphonieorchester des bayerischen Rundfunks olv Mariss Janssons
Stabat Mater‘Cuius animam gementem’ gezongen door Luciano Pavarotti, London Symphony Orchestra olv István Kertész.
Mosè in Egitto‘Preghiera Dal tuo stellato soglio’, Orchestra e Coro del Teatro di San Carlo di Napoli olv Donato Renzetti.
Messa per Rossini – Radio-Sinfonieorchester Stuttgart des SWR olv Helmuth Rilling.

Stinsenflora

In Papyrus, het verenigingsblad van de Vrienden van de Delftse Botanische Tuin, kwam ik in een artikel over Tulpomanie*) de term stinsenflora tegen. Over de tulp en andere vroeg bloeiende bolgewassen, zoals sneeuwklokje, narcis en krokus, die in de zeventiende eeuw vanuit het Midden-Oosten geïntroduceerd werden, merkt de auteur op: ‘De waardering voor deze exoten was groot, ze vormden de nu als zeer bijzonder geziene stinzenflora.’

Dat woord kende ik niet. Stinsenflora blijkt de benaming voor ‘plantensoorten die speciaal worden aangetroffen op terpen waar een stins heeft gestaan, bij oude boerderijen, op kerkhoven e.d.’ En een stins is een versterkte adellijke woning in Friesland, ‘stenen huis’. Het lemma stinsenplant op Wikipedia op Wikipedia verduidelijkt het verband van die huizen met stinsenflora: ‘planten die van oorsprong in een regio alleen als ingevoerde sierplantensoort voorkwam in landgoederen, boerenhoven, pastorietuinen en dergelijke, en zich daar handhaafden of verwilderd zijn.’

De spelling varieert overigens: soms wordt het met een s geschreven en soms met een z. Ook dat wordt uitgelegd in Wikipedia: ‘Het meervoud van stins wordt uitgesproken met een z. Het woord is in dit opzicht te vergelijken met grens – grenzen en niet met mens (vroeger: mensch) – mensen. De spelling met een z wordt erkend sinds 2015.’ Volgens het Groene Boekje mag het inderdaad allebei.

De term wordt gaandeweg ook buiten Friesland gebruikt: na 1950 ook voor de planten in Groningen en Utrecht. Hij was oorspronkelijk afgeleid van ‘stinsblomkes’ zoals ze in de Friese volksmond werden genoemd, maar tegenwoordig wordt de benaming ook gebruikt voor de ‘börgbloumkes’. Een borg is de Groningse variant van een stins.

De Friese vereniging voor natuurbescherming It Fryske Gea verzorgt onder meer een website, de stinzenfloramonitor, met allerlei wetenswaardigs over deze planten en een kalender wanneer ze in bloei staan bij de uiteenlopende stinsen, borgen en staten in het noorden van het land. Het seizoen loopt van februari tot medio mei en is inmiddels afgelopen.

Volgend jaar zijn die plaatsen van dit groene erfgoed vast weer ‘een waar lustoord met bloeiende stinsenplanten’. Ook dichter bij huis kunnen we in het vroege voorjaar genieten van bloemrijke plantsoentjes en bermen. Ik weet niet of dat officieel stinsenflora zijn, zonder een deftig landhuis in de buurt, maar deze lentebloeiers zijn dus ook tot Zuid-Holland doorgedrongen.

*) ‘Tulpomanie’, Daan Hallewas, Papyrus, voorjaar 2023, p 10-11.

Raadselrijmpjes

Bij de boeken die ik uit de kast haalde voor mijn blog over Humpiedumpie waren er ook een paar over  raadselrijmpjes en raadselversjes. Humty-Dumpty stond daar niet in, maar wel een heleboel andere, uiterst flauwe rijmpjes, van het kaliber: ‘Het is een huis vol eten, maar de deur is zij vergeten.’ Inderdaad, dat is net zoals bij de Humpty-Dumpty-klassieker een ei. Gelukkig staan de oplossingen achterin het boek, want sommige lijken me enigszins gedateerd. Zo is van ‘Laat zien dat je slim bent en zeg op, wie loopt er altijd op zijn kop?’ het antwoord ‘de spijkers van de schoen’. Bestaan die nog, schoenen waarvan de zool met kleine spijkertjes wordt vastgezet?

Bij een korte zoektocht naar raadselrijmpjes en -versjes op internet kwam ik eerst terecht op een site voor kinderen waar werd uitgelegd wat het zijn: ‘Een raadselrijm is een soort gedicht. In het gedicht staat een raadsel dat je moet oplossen.’ Het voorbeeld dat daarbij stond snapte ik gelukkig wel:

Op een site voor senioren staan maar liefst meer dan dertig raadselversjes, bijvoorbeeld nummer 21:

Op internet zijn veel meer raadsels te vinden, maar de meeste rijmen niet. Raadsels zijn in de cultuur al een oud verschijnsel, zoals in de Griekse mythe over Oedipus die het – niet-rijmende – raadsel van de sfinx oplost: ‘In de morgen loopt het op vier voeten, ’s middags op twee en ’s avonds op drie.’

Voor rijmende ‘literaire’ raadsels kwam ik uiteraard terecht bij De Hobbit van Tolkien (vertaling Max Schuchart). Het opgeven en oplossen van raadsels  is onderdeel van de hobbitcultuur. In het hoofdstuk ‘Raadsels in het donker’ zijn de griezel Gollem en hobbit Bilbo Balings verwikkeld in een ‘raadselwedstrijd’ op leven en dood. Een van de raadsels die Bilbo aan Gollem voorlegt is:

Zonder deksel, scharnieren of slot bevat
Dit doosje niettemin een gouden schat.

Na heel lang nadenken weet Gollem op de valreep het antwoord: “’eiersen!’ siste hij. “Eiersen is het!”

[Antwoord op het raadsel van de sfinx: de mens. In de morgen van zijn leven kruipt hij op handen en voeten. In de middag van zijn leven loopt hij op zijn twee voeten. En in de avond van zijn leven loopt hij met twee benen en een stok.]

Zomerklaar

De temperatuur is nog wat aan de lage kant, maar nu het bijna mei is, werd het tijd om mijn balkon ‘zomerklaar’ te maken. De winterviooltjes waren inmiddels nagenoeg aan hun eind en van de andere plantjes had de helft het niet overleefd. Dat kwam waarschijnlijk door de regen, want echt koud is het deze winter niet geweest.

Dus reed Anita me in de auto met een paar grote tassen (en vergezeld van een klein hondje) naar kwekerij De Bloeiende Kas in Delfgauw. Daar stonden lange rijen met perkplanten die ook op een balkon tot hun recht kunnen komen. Gelukkig was op bordjes vermeld hoe groot ze konden worden. Ik had niet meer dan een vaag plan in mijn hoofd welke planten ik wilde hebben en ben vooral afgegaan op de kleur en het formaat. We laadden een boodschappenkar vol uiteenlopende planten over in de tassen en namen ook een grote zak met veertig liter aarde mee. Thuis gingen we meteen aan de slag.

In een van de bloemloze bakken, waar nog wel aarde in zat, kwamen we een verrassing tegen. In een hoekje stond een klein sprietje, dat we niet thuis konden brengen. Dat hebben we voorzichtig uitgegraven, en de spriet bleek ontsproten aan een eikel! Hij heeft nu in een eigen bloempotje en krijgt deze zomer extra aandacht (en water). Ik ben benieuwd of en hoe dit sprietje zich gaat ontwikkelen. Dat het een echte eik wordt zal ik niet meer meemaken, maar de eerste stappen in die richting misschien wel.

Nu is mijn balkon klaar voor de zomer. Er hangt een bak met afrikaantjes en een met begonia’s. Verder zijn er een paar bakken met mooie planten waarvan ik de naam helaas al kwijt ben. En dit jaar heb ik het eindelijk aangedurfd om ook een paar geraniums te kopen. Ze hebben zulke mooie kleuren! De sansevieria’s blijven ook dit jaar weer binnen.

Humpiedumpie

Ik heb mezelf onlangs een boek cadeau gedaan: En weg was haar neus. Bakerrijmpjes / Nursery Rhymes. In deze tweetalige uitgave staan allerlei Engelse bakerrijmpjes, met op de rechterbladzijde een vertaling door Robbert-Jan Henkes. Hij schreef ook een toelichting, die ik met name geïnteresseerd heb doorgelezen bij het gedichtje over Humpty Dumpty.

Humpty Dumpty is een personage in Through the Looking-Glass, oftewel Alice in Spiegelland, het vervolg op Alice in Wonderland (1865/1871). Ik heb er eigenlijk nooit bij stilgestaan dat het rijmpje geen verzinsel van Lewis Carroll was. Het is al veel ouder: de eerste gepubliceerde versie dateert uit 1797, maar het moet volgens Henkes toen al eeuwen hebben bestaan.

 Humpty Dumpty sat on a wall,
 Humpty Dumpty had a great fall.
 All the king’s horses, and all the king’s men,
 Couldn’t put Humpty together again.

Oorspronkelijk is het een raadselrijmpje en de oplossing is meteen duidelijk uit de illustratie. In het Nederlands heeft Humpty Dumpty verschillende namen. In de Alice-vertaling van Nicolaas Matsier heet hij Wiggel Waggel en in de vertaling van Alfred Kossman (zie dbnl) Hompie Dompie.

Bij losse vertalingen van het versje in het Nederlands komen nog weer andere namen voor, zoals Hummeltje Tummeltje in Rijmpjes en versjes uit de ouden doos (zie dbnl):

In de vertaling van Robert-Jan Henkes heet hij Homptie-Domptie:

Homptie-Domptie zat op z’n kont
Homptie-Domptie viel op de grond,
En al de koninklijke paarden op heel de koninklijke aarde
Kregen Homptie niet meer rond.

Mijn interesse in juist dit versje komt voort uit een oude, vage herinnering. Toen ik een jaar of vier, vijf was speelde ik met poppen (ja, ja). Een ervan heette Humpiedumpie. En die is toen verdwenen, volgens mij is hij gestolen toen ik de poppenwagen ergens onbeheerd had laten staan. Ik weet niet in hoeverre dit een echte herinnering is, maar ik heb nog wel een vage voorstelling hoe hij eruit zag en hoe bedroefd ik toen was.

Maar mijn Humpiedumpie was geen ei!