Leerlingenpodium Rootz

Terwijl mijn smartphone volliep met enthousiaste berichten van bezoekers van festivals zoals Wonderfeel en Down the Rabbithole, zocht ik het zondagmiddag dichter bij huis en ging ik naar het leerlingenpodium van muziekschool Rootz in Het Voorhuis in Delft. Het hele weekend traden daar meer en minder gevorderde leerlingen op, met verschillende instrumenten, maar ik kwam met name voor de piano-optredens van Nellie Schut en Michael Gan, twee zeer ver gevorderde leerlingen van Yuliya Urinyova.

Ik werd niet teleurgesteld: ze speelden allebei geweldig en gaven bovendien een interessante (en goed verstaanbare!) toelichting op de vrij onbekende werken.

Nellie Schut ken ik van mijn koor Cantarella en door haar bijdragen aan bonte avonden weet ik hoe goed ze piano speelt. Zij liet deze middag een paar tango’s horen van Ernesto Nazareth, een mij tot nu toe onbekende Braziliaanse componist en pianist. Met deze muziek had ze kennisgemaakt bij het Nieuw Kamerkoor Delft, dat In het najaar (zondagmiddag 12 oktober, om precies te zijn) een tangoprogramma uitvoert en dat Nellie af en toe als repetitor begeleidt.


Michael Gan heeft altijd les vóór mij en dan hoor ik op de gang al hoe goed hij is. Hij speelde nu een etude van de mij ook al onbekende Anton Arensky en met Yuliya samen een versie voor 2 piano’s van de Dance Macabre van Camille Saint-Saëns, de beroemde attractie van de Efteling.


Zelf heb ook al heel lang les van Yuliya, maar mijn pianistische talent en techniek zijn eufemistisch gezegd niet toereikend voor zo’n openbaar optreden. Ik laat me daardoor niet terneerslaan en beperk me met plezier tot de ‘Easy Pieces’ van Martha Mier. Als ik in een Eftelingstemming ben probeer ik nog wel eens het Menuet in G van de paddenstoelen onder de knie te krijgen, tot dusverre met weinig succes. Dat menuet staat in het Notenbüchlein für Anna Magdalena Bach, maar is niet geschreven door Johann Sebastian Bach, maar door Christian Petzold.

Messa per Rossini

Deze week krijgen jullie een tweedehands blogstukje. Oorspronkelijk heb ik deze tekst over het ontstaan van het Requiem van Verdi namelijk geschreven voor het blog van Cantarella. Dat werk gaan we op zaterdag 22 november 2025 uitvoeren in de Raamstraatkerk. Noteer die datum maar alvast.

 De Messa per Rossini is geen mis ván Rossini, maar een mis vóór Rossini en dit werk bevat de eerste aanzet tot de Messa da Requiem van Verdi. Toen Rossini in 1868 was overleden stelde Verdi aan muziekuitgever Ricordi voor om samen met twaalf andere componisten een dodenmis ter ere van Rossini te schrijven en daarvoor een commissie in te stellen die de voorbereidingen zou coördineren, zoals de selectie van de componisten, het opdelen van de tekst in dertien delen en het bepalen van enkele randvoorwaarden voor de bezetting, lengte en toonsoorten, om er toch nog een beetje eenheid in aan  te brengen.

Dat lukte wonderlijk genoeg allemaal en in 1869 was de mis klaar, maar helaas ging de geplande uitvoering in Bologna op de sterfdag van Rossini niet door vanwege ‘organisatorische, financiële, ideologische en cultureel-politieke’ geschillen. Het werk raakte daarna in vergetelheid. In 1873 kreeg Verdi zijn bijdrage terug van de uitgever, het slotdeel met het responsorium Libera me. Dat gebed wordt naast de doodskist gebeden, direct na het requiem en voor de begrafenis. Toen in 1873 Alessandro Manzoni, een vriend van Verdi, overleed, bouwde Verdi dat deel uit tot een volledig requiem.


Het bestaan van de oorspronkelijke Messa per Rossini werd ontdekt door musicoloog David Rosen, toen hij onderzoek deed naar de ontstaansgeschiedenis van Verdi’s Requiem. Hij wist acht van de dertien bijdragen te achterhalen. Zijn onderzoek werd voortgezet door de Internationale Bachakademie in Stuttgart, het Verdi Instituut in Parma en de uitgeverij Ricordi in Milaan, met als resultaat een eerste uitvoering van deze mis op 11 september 1988 als afsluiting van het Europese Muziekfestival in Stuttgart, door de Gächinger Kantorei Stuttgart, het Prager Philharmenischer Chor en het Radio-sinfonieorchester Stuttgart onder leiding van Helmuth Rilling. De opname van dit concert is in 1989 op cd uitgebracht en inmiddels is het volledige werk met de bijdragen van de andere componisten ook op YouTube te vinden.


Het deel van Verdi komt inderdaad grotendeels overeen met deel 7 uit onze partituur. Op de opname is het in twee delen opgesplitst: Libera me / Dies Irae / Requiem aeternam en  de fuga Libera  me, met de sopraan Gabriela Beñackova-Cap als soliste.

Zie ook: https://nl.wikipedia.org/wiki/Messa_per_Rossini

Figuraalmuziek

Onze uitvoering van de Messiah van Händel was een succes. De kerk was vol en het publiek enthousiast. Zoals gebruikelijk had iedereen een programmaboekje gekregen met de tekst en achtergrond van het werk en informatie over de solisten. Bij het verhaaltje over de tenor (Vincent Lesage) las ik:  ‘…leidt zijn eigen ensemble Querelles in 17e-eeuwse protestantse figuraalmuziek’. Wat is figuraalmuziek vroeg ik me toen af, want die term was ik nog nooit  tegengekomen.

Volgens Van Dale is figurale muziek versierde contrapuntische muziek (uit de middeleeuwen), waarbij verschillende ritmes door elkaar lopen’. Voor de verandering keek ik nu ook eens in Ensie, een soort online bibliotheek met woordenboeken en encyclopedieën, waar je kunt zoeken in meer dan tweeënhalf miljoen begrippen. Een daarvan is inderdaad figuraalmuziek. Verschillende bronnen geven definities van figuraalmuziek of figurale stem, zoals: ‘muziek met noten van verschillende duur’, ‘meerstemmige, contrapuntische muziek gekenmerkt door figuren of versieringen’ of ‘de stem die de hoofdmelodie versiert’, ‘de stem die de cantus firmus of de hoofdmelodie vergezelt en versiert’.


Vaak wordt figuraalmuziek in de definitie tegenover koraalmuziek geplaatst, een tegenstelling die ik eerst niet goed begreep. De koralen van Bach blijken ondanks hun naam in feite geen koraalmuziek, maar figuraalmuziek. De hoofdmelodie is het oorspronkelijke koraal, of zoals Het Groot woordenboek der Nederlandse taal het zegt: koraalmuziek is kerkmuziek, met ‘eene hoogst eenvoudige, alleen uit heele of hoogstens heele en halve tonen bestaande melodie, die tegenwoordig genoegzaam alleen tot het Protestantsche kerkgezang wordt gebezigd’.


Over deze evolutie van het begrip koraal staat iets in het online artikel ‘Luther en de muziek van de reformatie’ op de Belgische site Stretta: ‘In de zestiende eeuw werd in het protestants taalgebruik de hymnemelodie, de cantus firmus, koraal genoemd. […] Sinds de achttiende eeuw werd dan binnen het protestantisme, het kerklied (melodie en tekst) algemeen koraal genoemd. Ook de finale strofe in Duitse cantaten en oratoria omschreef men als “Choral”.’

Op YouTube zijn natuurlijk talloze voorbeelden van deze muziek te vinden. Hier is een link naar de video’s van het in het programmaboekje genoemde Ensemble Querelles. Het is hoe dan ook gewoon mooie oude meerstemmige muziek.

Concert Messiah

Vorige week heb ik een mailing de deur uit gedaan om de uitvoering van Händels Messiah door Cantarella aan te bevelen. Ongetwijfeld hebben veel volgers van dit blog dat mailtje ook gekregen, en bovendien zitten er ook medezangers bij. Voor de overige lezers heb ik de informatie uit het mailtje onderaan dit stukje gezet.

De Messiah heb ik al vaker gezongen, maar vreemd genoeg nog nooit met Cantarella. Zo heb ik vroeger een aantal keren meegedaan met de Messiah tijdens de jaarlijkse scratchdagen in Leiden. Daar heb ik toen ooit een heel handig koffiebekertje gekocht, dat ik nog steeds gebruik in de pauze van koorrepetities.


Het bekendste deel uit de Messiah is zonder enige twijfel het Hallelujah-koor. Op 15 februari hebben we een extra repetitiedag en het zou leuk zijn als we aan het eind van de middag ter promotie van het concert een verrassingsoptreden kunnen geven in de stationshal van Delft, waar een piano staat. Op internet vind je verschillende voorbeelden van dergelijke speciale uitvoeringen van het Hallelujah-koor, zoals deze flash mob, waar iemand in een restaurant met lunchende mensen zogenaamd spontaan begint met zingen en binnen de kortste keren staat daar dan een heel koor te jubelen. Het publiek is enthousiast, zo te zien.


Een puntje van aandacht voor ons is dat iedereen het daar uit het hoofd zingt. Zo ver zijn wij op 15 februari waarschijnlijk nog niet.

Op YouTube staan ook verschillende uitvoeringen door silent monks, zwijgende monniken, die de tekst op borden hebben staan die ze op het juiste moment laten zien, terwijl buiten beeld een koor staat te zingen.

2012 South Kitsap High School Vocal Music

Bij deze versie voor mannenkoor door het Gay Men’s Chorus of Washington, DC is het (enorme) koor wel op de achtergrond te zien:


De aankondiging van ons concert

Op zaterdag 15 maart 2025 geeft Cantarella in de Raamstraatkerk in Delft een uitvoering van de Messiah van Georg Friedrich Händel, bekend van het beroemde Hallelujah-koor. We beginnen al vroeg, want het is een lang stuk: aanvang 19:30, zaal open om 19:00.

De kaartverkoop gaat via de website: https://www.cantarella.nl/

Mocht je je inhoudelijk willen voorbereiden op dit monumentale werk, dan kan ik de podcast op NPO Klassiek aanbevelen: https://www.npoklassiek.nl/podcasts/messiah. Het zijn vier afleveringen van circa drie kwartier, die ook prima werken als smaakmaker voor het hele werk.

Barvorm

Toen ik zo’n twintig jaar geleden een muziekopleiding volgde gaf een van mijn medecursisten op de vraag ‘Wat is de barvorm?’ meteen een antwoord: ‘Stollen-Stollen-Abgesang!’ Het klonk als een toverspreuk want ik had geen notie waar ze het over had, maar ik noteerde die woorden achter de term barvorm, aangevuld met AAB toen de docent dat op het bord schreef.

Hier moest ik aan denken toen ik die term onlangs weer tegenkwam. ‘In de vijftiende eeuw werd de barvorm veel gebruikt voor liederen: een Aufgesang, bestaande uit twee gelijke Stollen, en een Abgesang van ongeveer gelijke lengte als het Aufgesang’, aldus Nico van Meel in een artikel op de website liedekens.info.

Deze kleine muzikale liedvorm is ontstaan in de Middeleeuwen bij de Meistersänger, aldus Wikipedia:  ‘Een bar bestond uit twee Stollen of strofen, met een verschillende tekst, die op dezelfde melodie werden gezongen, tezamen Aufgesang genoemd, gevolgd door een Abgesang. Het vormschema was dus A-A-B.’ Stollen is een enkelvoud; een andere betekenis van dit woord is overigens feestgebak zoals de bekende kerststol. De barvorm is dus samen te vatten als ‘strofe, strofe, afsluiting’, oftewel AAB.


Deze structuur werd in de 15e tot de 18e eeuw vastgelegd door het gilde van dichtende en zingende rederijkers, de Meistersinger. Zij hanteerden voor hun liederen strikte regels, waarvan de barvorm er een was. Ook voor de Stollen golden strikte regels: elke strofe moest minstens twee versregels bevatten en beide strofen moesten rijmen; ze moesten elk korter zijn dan het Abgesang maar samen langer dan dat laatste deel.

De uitleg van de barvorm die Richard Wagner geeft in Die Meistersinger von Nürnberg is volgens het lemma Meistersinger in Wikipedia niet correct: ‘Wagners uitleg van de barvorm (1e bedrijf, 3e scene en 3e bedrijf, 2e scene) is […] historisch onjuist.’


Vrijwel alle Lutherse koralen hebben de barvorm. Bij het inzingen gebruiken we bij Cantarella tegenwoordig Bach-koralen en die hebben inderdaad deze AAB-structuur. En dat geldt ook voor uiteenlopende kerstliedjes bleek toen ik erop ging letten, zoals ‘Once in Royal David’s City’.

Vakantieactiviteit: De Efteling

Tijdens mijn verblijf in een vakantiehuisje in Kaatsheuvel mocht een bezoek aan De Efteling natuurlijk niet ontbreken. Voor mij was dat zelfs een van de redenen geweest om voor deze bestemming te kiezen. Ik had goede herinneringen aan mijn vorige bezoek, inmiddels al zo’n zestig à vijfenzestig jaar geleden.

En zo ging ik zondagmiddag met mijn zus Carla op weg. Ik had opgezocht dat De Efteling met de bus maar twee haltes ver was, dus dat was te doen. Helaas konden we de bushalte niet op tijd vinden en bleek het nog een flink eind lopen. Dankzij de aanwijzingen van iemand die zijn hond uitliet kwamen we uiteindelijk op een weg waar een met groen begroeide muur langs liep. Daarachter lag de Efteling.
De ingang bleek nog een heel eind verderop, maar uiteindelijk hebben we ook die gevonden.


Eenmaal in het park hebben we eerst een patatje gegeten en daarna sloegen we helaas een verkeerd pad in: we konden het sprookjesbos niet vinden. Een medewerker legde uit hoe we moeten lopen en jawel, daar was het dan eindelijk! Nog groter dan ik het me herinnerde en nog steeds betoverend. Ik kwam er veel oude bekenden tegen en sommige sprookjes werden voorgelezen, wat bij een aantal minder bekende geen overbodige luxe was. Op Eftepedia, een website met allerlei weetjes over de Efteling, kon ik die verhalen naderhand nalezen.

Met opvoeding tot milieubewustzijn kun je niet vroeg genoeg beginnen. In het park staan dan ook meerdere ‘Holle Bolle Gijzen’. Ik sta hier bij de Wagen Gijs. ‘Papier hier! – Dank u wel.’ De ‘Oer Gijs’ staat in de speeltuin, waar ik niet ben geweest.


En net zoals vroeger komt er klavecimbelmuziek uit de paddenstoelen. Op Eftepedia las ik dat het gespeelde muziekstuk, Menuet in G majeur, afkomstig is uit het Notenbüchlein für Anna Magdalena Bach. ‘Het stuk is echter niet van de hand van Johann Sebastian Bach, zoals vaak wordt gedacht, maar van de componist Christian Petzold, die bevriend was met de familie’. Andere klavecimbelmuziek op het park is bijvoorbeeld de Musette in D Majeur uit het tweede Notenbüchlein für Anna Magdalena Bach, dat te horen is bij het sprookje De Nieuwe kleren van de keizer. Dit stuk schijnt wel van Bach zelf te zijn.

Op Youtube:
* Efteling paddenstoelmuziek
* Menuet in G Majeur SF Christo op klavecimbel
* Musette in D Majeur Annabel Sáez op klavecimbel


De pretparkattracties van De Efteling boeiden me niet en dankzij het sprookjesbos heb me een hele middag in nostalgische herinneringen kunnen wentelen. Maar na meer dan vier keer mijn normale dagelijkse aantal stappen was ik die avond wel moe.

Villanella

Onlangs zag ik de televisieserie Killing Eve. Daarin heeft de Russische huurmoordenares, gespeeld door Jody Comer,  de codenaam Villanelle. Het woord ‘villanelle’ kwam me bekend voor. Ik meende me te herinneren dat een villanella een liedsoort uit de renaissance was, maar ik wist er het fijne niet meer van.

Korte tijd daarna las ik het boek Een portret van de kunstenaar als jongeman van James Joyce. Tegen het einde daarvan schrijft de hoofdpersoon, Stephen Dedalus, een ‘villanella’, een vormvast gedicht. Wat is het nu, een muzieksoort of een dichtvorm?


Het blijkt allebei te zijn. Het woord is afgeleid uit het Italiaanse villanella: dorpsdans, boerenlied. Aanvankelijk was het een gewone middeleeuwse ballade, een lied waarin een verhaal verteld wordt over eenvoudig onderwerp. In de vijftiende en zestiende eeuw ontwikkelde dat zich tot een meerstemmige, volkse compositie, zonder een vaste vorm. Hij is meestal doorgecomponeerd en je kunt er makkelijk op dansen. De tekst is vaak dubbelzinnig of scabreus.


De villanella als vaste dichtvorm ontstond in de zestiende eeuw in Frankrijk en wordt daarom ook wel villanelle genoemd. Die vorm is gebaseerd op het gedicht ‘Villanelle (J’ay perdu ma Tourterelle)’ uit 1606 van de Franse dichter Jean Passerat en werd vooral in de negentiende eeuw heel populair in Engeland.

Zo’n villanelle bestaat uit negentien regels, verdeeld in vijf strofen van drie en een slotstrofe van vier regels en heeft een vast schema van twee rijmklanken. Bovendien worden twee zinnen op vaste plaatsen letterlijk herhaald. Dat ziet er schematisch als volgt uit: A b B – a b A – a b B – a b A – a b B – a b A B.

Dit lijkt heel moeilijk, maar in de uitleg in Schrijven Online staat geruststellend: ‘De villanelle ziet er ingewikkeld uit, maar als je hem eenmaal doorhebt stelt het weinig voor.’ Een ware Cruijffiaanse uitspraak. Op internet is meer uitleg te vinden,  bijvoorbeeld op de site van Poëzie in beweging.

Als enthousiast sinterklaas- en feestlieddichter kon ik het natuurlijk niet laten het zelf eens uit te proberen. Dit is het resultaat.


Wachtend in een laan met bomen
Waar blaadjes dansen in het licht,
Sta ik voor me uit te dromen,

Zie ik elfjes en kabouters komen:
Mijn gedachten blijven ongericht,
Wachtend in een laan met bomen.

Zonder deze beelden in te tomen,
Al die gedaanten vol in ’t zicht
Sta ik voor me uit te dromen.

Hier wonen immers ook de gnomen,
Met een brede grijns op hun gezicht.
Wachtend in een laan met bomen

Hebben zij voldoende tijd genomen.
Een goed begin voor een gedicht,
Sta ik voor me uit te dromen.

Dus laat ook ik de woorden stromen
Zonder oordeel dat ontwricht:
Wachtend in een laan met bomen
Sta ik voor me uit te dromen.

Protestliederen

De laatste repetitie voor de vakantie hebben we bij Cantarella een open podium. Op die ‘bonte avond’ vermaken leden elkaar met een muzikaal optreden. Voor dit jaar werd als thema voor het programma ‘protestliederen’ voorgesteld. Omdat ik me geroepen voelde een bijdrage te leveren aan de feestvreugde ging ik op zoek naar een mogelijke invulling. Het nadenken over dit thema maakte in ieder geval een paar herinneringen los.

Van huis uit hoor ik bij de socialistische zuil (Vara, PvdA, FNV). Op de VARA-radio luisterden we naar socialistische strijdliederen zoals ‘Morgenrood’ en ‘Broeders verheft u ter vrijheid’. Uit nostalgische overwegingen heb ik ooit een lp en naderhand zelfs een cd aangeschaft van De stem des volks: ‘De rooden roepen’. Sommige van die koorwerken hebben mooie, gedragen melodieën die ik best wel eens zou willen zingen, ondanks de veelal uitermate tenenkrommende, hoogdravende, naïef-idealistische  teksten. Dat zie ik bij Cantarella niet gauw gebeuren.


Andersoortige protestliederen herinner ik me van het vrouwenkoor Onwijs. Daarvan was ik lid in de jaren zeventig, tijdens de hoogtijdagen van de tweede feministische golf. We zongen (en schreven) liederen over onderwerpen als de abortusstrijd en de verderfelijke commercie: ‘In de maneschijn, in de maneschijn, moeten we dan allemaal de mooiste zijn.’ Kortom, we werden/waren bewust op alle fronten. Uit het vrouwenliedboek Sansevieria hebben we jaren geleden tijdens een open podium van Cantarella ooit met een aantal vrouwen het heksenlied gezongen: ‘De heksen zijn terug, recht uit de hel/ de heksen zijn terug met vlammende haren/ de heksen zijn terug en we zijn niet meer weg te slaan!’


Algemenere politieke protestliederen uit die tijd staan in het boekje Verzet per couplet van Jaap van der Merwe: over de jeugdwerkloosheid, de woningnood, allerlei onrecht in de wereld, en het milieu: ‘Als het lente wordt, zie ik alleen, auto’s in Amsterdam/ Als het zomer wordt, zie jij alleen, auto’s in Amsterdam…Duizend gele, duizend rooie, geven gifgas, geven dooien’. Ik vond ook nog een paar blaadjes met ‘vredes- en demonstratieliederen: ‘Een, twee, drie vier, geen raket, geen raket/ Een twee, drie, vier, geen raketten hier!’ Muziek was altijd een onlosmakelijk onderdeel van de demonstraties.

Intussen zijn veel problemen nog steeds een probleem. Toch koos ik voor de bonte avond uiteindelijk minder geëngageerd repertoire. Het avondgebed van Hans en Grietje, die verdwaald zijn in het bos, is met enige fantasie misschien nog wel te koppelen aan de actuele thema’s armoede en bestaanszekerheid, maar het element ‘protest’ klinkt daarin niet echt door.

Dierenspel

Deze week ben ik in Leusden voor een cursus bij de ISVW, over filosofie en kunst in Wenen rond 1900. Daarop kom ik ongetwijfeld later nog terug. Hier is als tussendoortje een min of meer tweedehands blogstukje. Dit is namelijk een lichtelijk aangepaste versie van mijn bijdrage aan het blog van Cantarella.

Dierenspel

Toen ik jong was heb ik enige tijd dwarsfluitles gehad. Dat is niet zo’n groot succes geweest, wat meerdere oorzaken had. Afgezien van het ontbreken van talent voor het bespelen van dit instrument, was het ook te wijten aan te weinig en te kort repeteren, want als ik eindelijk eens voldoende animo had om te oefenen, begon onze hond, Dinky, te janken. Dan hield ik het al snel weer voor gezien. Het ontbrak me aan echte gedrevenheid, dat was duidelijk. Mijn broertje, dat viool leerde spelen, liep daar trouwens ook tegenaan. Ook hij heeft het niet lang volgehouden.

Hieraan moest ik terugdenken bij het zien van een aantal plaatjes die ik op internet vond toen ik op zoek was naar illustraties bij mijn blogstukjes In futurum en Muziek kan niet zonder stilte. Uit deze grappig bedoelde partituren blijkt eens te meer hoe funest huisdieren kunnen zijn voor een ontluikende muzikale carrière. Eerst slopen die speelse lieverdjes alles en dan kijken ze je ook nog aan met een quasi onschuldige blik.


Hier zijn het katten die met partituren spelen, maar ik weet dus uit ervaring dat ook honden heel goed zijn in het dwarsbomen van serieuze muziekbeoefening. Maar eerlijk gezegd lag het waarschijnlijk toch vooral aan de klanken die ik toentertijd met enige moeite aan de fluit wist te ontlokken. Het ontbrak me aan voldoende basisvaardigheid en ik kreeg zo niet de kans om die op te bouwen. Dinky liet in ieder geval duidelijk horen dat zijn gevoel voor muziek danig te lijden had onder mijn weinig succesvolle pogingen.

Winterconcert Cantarella

Op de fraaie datum 24-02-2024, oftewel zaterdag 24 februari, geeft Cantarella haar eerste concert onder leiding van onze nieuwe dirigent Robert van der Vinne. Komt dat zien en (vooral) horen! Het vindt plaats in de Raamstraatkerk in Delft (die officieel de Franciscus en Clarakerk heet, maar door niemand zo wordt genoemd). Het begint om kwart over acht en de deur gaat open om kwart voor acht. Zie voor meer informatie en het bestellen van kaarten de website van Cantarella.

Er staan twee werken op het programma.
The Ways of Zion do Mourn (HWV264), van Georg Friedrich Händel, in Engeland bekend als George Frederic Handel. Hij schreef dit misschien wat zwaarmoedige, maar welluidende werk in 1737 voor de uitvaart van Koningin Caroline, de vrouw van George II van Engeland. Er wordt heel wat afgezucht en getreurd, maar gelukkig zal het volk zich haar goedheid en vriendelijkheid herinneren en is Gods genade eeuwig, wat toch een hele troost is. En laten we wel wezen: zonder deze muziek zou ik nooit van deze koningin gehoord hebben.


Het tweede werk dat we uitvoeren is het Gloria in D-groot van Antonio Vivaldi, (RV589), de componist die met zijn vier jaargetijden elk jaar in de Top 10 van de Klassieke Top 400 staat. Dit Gloria is het bekendste van een aantal Gloria’s die hij in de periode 1713-1717 heeft geschreven. Het telt twaalf min of meer met elkaar contrasterende delen en het geheel is wat vrolijker dan de begrafenismuziek van Händel. Hopelijk lukt het ons dan ook om het tot aan het slot-Amen te laten stralen.


De bijnaam van Vivaldi is ‘de rode priester’. Die dankt hij waarschijnlijk aan zijn rode haar, maar op afbeeldingen heeft hij natuurlijk altijd een pruik op, net zoals Händel (en Bach), dus is dat moeilijk te verifiëren.