Nieuwjaarswens 2023

Het nieuwe jaar is weliswaar al bijna een week oud als dit blogstukje verschijnt, maar er is nog genoeg 2023 over voor een heilwens. Een korte versie daarvan is: ik wens alle lezers van dit blog een gelukkig en gezond nieuwjaar.

Mijn gebruikelijke nieuwjaarsknutsel heb ik dit jaar eenvoudig gehouden. Eigenlijk is hij iets te eenvoudig geworden, want het zigzagrandje valt er snel af. Een concreet goed voornemen is dan ook om volgend jaar een degelijker constructie te verzinnen. Verder wil het met de goede voornemens nog niet zo vlotten en ga ik dus maar gewoon door met wat ik vorig jaar ook al deed. Hooguit neem ik hier en daar wat gas terug. Dat laatste staat overigens los van de energiecrisis.

Ook voor 2023 heb ik weer een kalender gemaakt, deze keer met de titel Tegels. Er zitten inderdaad een of twee ‘echte’ tegels tussen die ik beschilderd heb, maar de meeste plaatjes zijn ‘gewoon’ afbeeldingen van andere vierkante werkjes, variërend van 10×10 tot 30×30 cm. Ze zijn gemaakt op uiteenlopende dragers (papier, mdf, paneel) en met verschillende materialen (gekleurde fineliner, acrylverf, ecolinestiften). Om voor de kalender een rechthoekig formaat te krijgen heb ik aan weerskanten een kolom minitegeltjes gezet.

Zo ziet bijvoorbeeld het blad voor januari er uit:

Hieronder staan de tegels van de verschillende maanden bij elkaar, zonder hun zijkolommen.

Voor alle zekerheid is hier nog een langere en meer op een bepaald terrein toegespitste versie van de heilwens: moge het voor iedereen een jaar worden waarin je je creatief en recreatief kunt uiten in het luisteren naar of beoefenen van muziek, in het schrijven of anderszins bezig zijn met taal, in schilderen of tekenen in kleur en zwart-wit, in experimenteren met baksels en andere geknutsel, en moge bij al die activiteiten de onvermijdelijke tegenslagen behapbaar en weinig in aantal zijn.

Vogelzangles

Vrienden uit Zwitserland sturen me regelmatig knipsels en artikelen die met zingen en muziek te maken hebben. Zo kreeg ik afgelopen maand de brochure ‘Vogelstimme’, met allerlei wetenswaardigheden over vogelzang. Daarin kwam onder meer het aanleren van liedjes door zangvogels ter sprake.

Als voorbeeld van de vaardigheid om liedjes aan te leren werd de Gimpel , de goudvink, genoemd. Deze vogel wordt kennelijk vaak ‘onmuzikaal’ genoemd en Wikipedia omschrijft diens zang als ‘een zacht fluiten, regelmatig onderbroken door trillers en krassende geluiden’. De kleine vinkjes leren dat van hun vader, maar als ze door andere vogelsoorten worden opgevoed nemen ze de zang daarvan over: de kleine goudvinkjes blijken heel goede leerlingen.

In de achttiende eeuw werd op het leervermogen van zangvogels ingespeeld door gekooide jonge zangvogels bekende melodietjes voor te spelen die ze dan na leerden fluiten. In het artikel werd verwezen naar het boekje The Bird Fancyer’s Delight uit 1717, met 43 melodietjes, waarvan er 11 voor goudvinken bedoeld waren. Die werden dan bijvoorbeeld met een blokfluit voorgespeeld, bij voorkeur een sopranino. De Engelse naam voor een blokfluit, recorder, schijnt hiervan te zijn afgeleid via het Latijnse recordor: herinneren, onthouden.

Voor mensen die niet zo goed blokfluit konden spelenwaren er toentertijd speciale instrumenten om de vogels te leren zingen, zoals de serinette, afgeleid van het Franse serin, kanarie. Oorspronkelijk werd dit mechanische muziekinstrument dat fluitende tonen voortbrengt namelijk gebruikt om gedomesticeerde kanaries populaire deuntjes te leren fluiten. Daarom wordt het ook wel kanarieorgeltje genoemd.

Meer informatie over de werkwijze bij dit zangonderwijs aan vogels staat bijvoorbeeld in een uitgebreid (Engelstalig) artikel van Amy Miller, eveneens The Bird Fancyer’s Delight geheten [link voor niet-robots]. Daar zijn ook verschillende voorbeelden te horen. Naderhand werden de wijsjes uit dit boekje op hun beurt regelmatig bewerkt tot allerlei leuke stukjes voor bijvoorbeeld een of twee blokfluiten.

In 2011 heeft BBC Radio 4 een heel programma over The Bird Fancyer Delight uitgezonden, gemaakt door Sarah Angliss. Hierover heeft zij een artikel met achtergrondinformatie geschreven, met veel luisterfragmenten ter illustratie.

En omgekeerd heeft vogelzang natuurlijk veel componisten geïnspireerd, met Olivier Messiaen als bekendste. En ‘The Lark Ascending’, de opstijgende leeuwerik, van Ralph Vaughan Williams staat op plaats 24 van de klassieke top 400 van 2022 (Hier een uitvoering door Janine Jansen uit 2003).

Donkere dagen voor kerst

De laatste weken voor kerstmis, de ‘donkere dagen’, heb ik het best druk. Veel van mijn wekelijkse activiteiten geven de afsluiting van het lopende jaar een min of meer feestelijk tintje en dat gaat meestal gepaard met allerlei lekkers te eten en drinken.

De aftrap was dit jaar voor mij de kerstreis van Swetterhage, die na de lockdowns gelukkig weer door kon gaan. Met een aantal (oud-)leden van Tourdion zongen we net als in voorgaande jaren verkleed  als herders kerstliedjes op de route tussen verschillende scènes uit het kerstverhaal. (Zie 2017 en 2018 voor een impressie van eerdere edities.) De kop erwtensoep en het broodje kroket smaken altijd voortreffelijk.

Bij de laatste schilderles neemt iedereen wat te eten en drinken mee voor een gemoedelijke nazit. Mijn pakje met zoute koekjes kon ongeopend mee terug, want de anderen hadden veel lekkerder dingen meegenomen. Eigenlijk is dit seizoen voor het schilderen nog niet echt afgelopen, want de vrijdag voor kerst werken we vanaf vier uur met een klein groepje in DOK nog verder aan onze miniatuurstillevens. Die kunnen we al dan niet voor een goed doel verkopen, daarover is de organisatie niet helemaal duidelijk. Wij doen het voornamelijk voor de gezelligheid, dus ik neem mijn koekjes gewoon weer mee.

Voor mijn vrijwilligerswerk in De Bieslandhof hielp ik deze laatste keer niet bij het schilderen of ‘de zangvereniging’, maar bij een workshop op een kerstmarkt. Bewoners konden hier naast de kerstboom een polaroidfoto van zichzelf laten maken. Mijn taak was het tekenen van een cirkel op die foto, die dan door volgende fröbelaars werd uitgeknipt en op een rond kartonnetje geplakt, dat uitbundig werd versierd. Uiteindelijk kregen de mensen hun eigen kerstbal mee met veel glitter. Hier viel voor mij niet veel te snaaien: het bleef beperkt tot een bekertje koffie met een kerstkoekje.

De repetities van Cantarella werden afgesloten met een ‘open podium’ na de pauze. Ik had de stoute schoenen aangetrokken en heb daar een kerstlied gezongen: ‘It came upon the midnight clear’. De Glühwein heb ik aan me voorbij laten gaan, maar na die gezongen nootjes ging een handvol pindanootjes er best wel in.

Ook met de creaclub hebben we een kersttraditie: een (sterk) drankje  bij of in de koffie en bijpassende versnaperingen.

En dan moeten het echte kerstgebeuren en de jaarwisseling nog komen.

In 2023 zal ik waarschijnlijk enige matiging moeten betrachten, maar vooralsnog geniet ik ervan.

Nieuwe ketel

Afgelopen zomer zouden de appartementen in mijn gebouw een nieuwe verwarmingsketel krijgen maar dat bleek niet zo eenvoudig. In verschillende woningen, waaronder die van mij, moest een gat gehakt worden om de buizen goed aan te laten sluiten op het afvoerkanaal. De werkzaamheden voor deze ‘moeilijke’ appartementen waren daarom uitgesteld tot november.

Ik moest de hele dag thuis zijn, deels zonder water en verwarming. Dat had ik allemaal geregeld, maar een dag van tevoren werd ik door het installatiebedrijf gebeld dat ze een dag later zouden komen. Toen had ik natuurlijk wel al afspraken. Gelukkig kon ik mijn huissleutel afgeven en zouden ze die na gedane werkzaamheden in de brievenbus gooien.

Er werd gewerkt volgens een strikte arbeidsdeling. Eerst kwamen de werkvoorbereiders (afdekken, afplakken) en vervolgens de mensen voor het werk zelf. Alles werd ook weer netjes opgeruimd. Overigens had ik gedacht dat mijn ketel kort geleden al was vervangen, want in plaats van een rode had ik nu een grijze, maar dat bleek een misvatting: wat ik voor de ketel hield, is geen ketel maar een ‘expansievat’. Nu heb ik ook weer een nieuw expansievat: een wit exemplaar deze keer.

In de loop van de middag hing de ketel. De verwarming deed het weer, maar er zat een groot gat in de wc-muur, waarachter allerlei buizen bleken te lopen. Aan het einde van de dag kwam er nog iemand die dat gat provisorisch heeft afgesloten met een plaat. Het kon nog niet definitief gedicht, want dat moest brandveilig gebeuren. Dat deden ze de dag erna.

Na de brandveilige dichting kwam er iemand om de muur te stuken. Deze grondlaag moest een paar dagen drogen en na het weekend kwam weer iemand anders voor de volgende stuukfase, waarin de muren en het plafond in de wc van een fraaie korrelige structuur werden voorzien.

Nu is er niets meer te bespeuren van het gat en ziet alles er weer pico bello uit, alleen hebben ze voor al die werkzaamheden de plank in mijn wc gedemonteerd en een soort filter uit het plafond gehaald. Die hebben ze niet teruggehangen, helaas.

Pleisterplaats

Er zijn woorden die je af en toe tegenkomt waarvan je weet wat ze betekenen, maar die als je er wat langer naar kijkt een beetje vreemd overkomen. Dat had ik laatst bij het woord pleisterplaats. Een pleister plak je op een wond en muren kun je pleisteren.

Wonden en muren passen inderdaad bij de twee betekenissen van pleister in Van Dale. Enerzijds heb je daar de omslachtige omschrijving ‘een taai, kleverig, door de warmte zacht wordend geneeskrachtig middel, dat op linnen, taf of zacht leer gestreken, op een wond of op de huid gelegd wordt’, ofwel ‘een stukje stof dat met een kleefmiddel bestreken is om het op of over een wond te kunnen bevestigen’, en dat ook wel kleef- of hechtpleister wordt genoemd. En anderzijds is er het  ‘kalkmengsel waarmee muren besmeerd worden’. Het woordenboek heeft daarnaast meer dan twintig samenstellingen met pleister, waarvan pleisterplaats er één is.

Geen van voornoemde betekenissen van pleister lijkt hier iets mee te maken te hebben, en zowaar: het werkwoord pleisteren blijkt een derde betekenis te hebben. En dat is degene die van toepassing is bij pleisterplaats.

Over het ontstaan van deze derde vorm van pleisteren meldt de etymologiebank dat het is afgeleid uit het woord ‘peisteren’, waaraan later een l werd toegevoegd. Peisteren betekent ‘voeren, laten grazen’ of ‘van het paard afstijgen om het te laten grazen’, en dat werd vervolgens ‘de reis onderbreken om te rusten en voedsel tot zich te nemen’. Verschillende café/restaurants blijken dan ook ‘De Pleisterplaats’ te heten.

Een andere situatie waarin het woord pleisterplaats gangbaar is, is de vogeltrek. Voor kraanvogels blijkt de pleisterplaats in Frochteloërveen bijvoorbeeld heel aantrekkelijk. En voor veel trekvogels is de Waddenzee een gewilde tussenstop. Door de gevolgen van klimaatverandering staan de trekroutes en de mogelijkheden om onderweg iets te eten te vinden echter onder druk.

Oranje op straat

Tijdens deze wereldkampioenschappen voetbal kleuren de straten veel minder uitbundig oranje dan bij eerdere internationale sportevenementen. Hier en daar hangt er nog wel een reusachtige vlag of een verdwaalde oranje slinger, maar de meeste mensen en straten stellen zich duidelijk terughoudend op.

Waarschijnlijk is dat uit woede over de vele dodelijke slachtoffers en slechte arbeidsomstandigheden bij de bouw van de stadions, de corrupte organisatie die het evenement laat plaatsvinden in een olie- en gasrijke woestijnstaat die met de energie slurpende airco in de stadions een lange neus trekt naar het klimaat en het milieu, en de abominabele opvattingen over lhbt-enzovoorters en vrouwen.

Toch kleurden de straten bij mij in de wijk allemaal oranje. De hele stad wordt momenteel namelijk van glasvezelkabel voorzien en begin 2024 moet heel Delft voorzien zijn. Zolang die kabels boven de grond liggen en zichtbaar zijn, overheerst oranje in het straatbeeld. Nu mijn wijk aan de beurt is valt dat toevallig samen met het WK-voetbal.

Ze zijn hier nu bezig met het leggen en ingraven van de kabels. Bij mijn flat liggen ze inmiddels onder de grond tot aan de ingang en hebben we naast de brievenbussen een leuk tegeltuintje met oranje  sprieten. Uiteindelijk krijgen we daarmee allemaal ‘toegang tot het snelste netwerk van Nederland’, oftewel snel internet.

Voor de volgende stap, de verbinding doortrekken naar binnen, moesten we als bewoners toestemming geven. En zeker de laatste stap, ‘monteur activeert je verbinding’, wordt een spannend moment. Voor mij hoeft het internet niet eens sneller, als het nog maar wel werkt.

Overigens is het niet zo dat op straat de oranje versieringen nu vervangen worden door exemplaren met regenbogen.

Terzijde: wat me opvalt bij vlaggen, trappen en oversteekplaatsen met een regenboog is dat er altijd maar zes kleuren worden gebruikt (rood, oranje, geel, groen, blauw en violet). terwijl ik vroeger heb geleerd dat een regenboog zeven kleuren heeft. De kleur die ontbreekt is die tussen blauw  en violet: indigo, een soort donkerblauw.

Als je dan toch inclusief bent, mag die kleur toch eigenlijk niet ontbreken.

Stillevens

Door een samenloop van omstandigheden kwam ik het onderwerp ‘stillevens’ de afgelopen weken een paar keer tegen, eerst als onderwerp bij de schildercursus en daarna als schrijfopdracht van de Prompt!-nieuwsbrief.

Voor de schildercursus werd gevraagd om een klein stilleven van enkele objecten te maken en dat vervolgens op een paneeltje van 12×16 centimeter weer te geven. Een leuke opdracht, vond ik. Uit mijn overvolle bewaarbakken haalde ik ‘kleine dingetjes’ te voorschijn, variërend van kleine kerstversieringen tot paasboomeieren, van minispeelgoedpoppetjes tot allerlei bruikbaar afval. Daarvan legde ik er drie tot vijf op een ondergrond van oude verknipte werkjes en van deze ‘ministillevens’ maakte ik een foto.

Mijn bedoeling was om er een of twee uit te kiezen die me geschikt leken om op een paneeltje te schilderen. Eenmaal begonnen was er geen houden meer aan: binnen de kortste keren had ik er al zestien af. Voor het (eerste) ‘echte’ paneeltje heb ik er een paar gecombineerd.

De schrijfopdracht hield in dat we een stilleven van een paar objecten zo moesten beschrijven dat er een bepaalde sfeer werd opgeroepen door de objecten menselijke eigenschappen te geven. Tot dusverre heb ik af en toe wel eens een stilleven geschilderd, met als ‘hoogtepunt’ een schilderij uit 2008, waarbij ik wat had gespeeld met de relatieve afmetingen van de objecten: de koning uit het schaakspel, een borstbeeld van Verdi, een knikhond, een vogelbeeldje en een roos. Verdi, de hond en de vogel staan samen met dat schilderij nog steeds in mijn huiskamer.

Voor deze opdracht  heb ik dit schilderij als uitgangspunt gebruikt, met de volgende tekst als resultaat:

Achter het klassieke borstbeeld van Verdi doemt de witte koning uit het schaakspel op, een stabiele rots in de branding. De componist is onzeker: ‘Hoe moet ik verder? Kan ik het nog wel?’ De vogel die achteloos voor het beeld zijn veren glad strijkt, zwijgt, maar lijkt met zijn schuinse blik een antwoord te geven: ‘Als ik wil zingen, zing ik toch gewoon? Doe jij nu ook maar wat je wilt doen, en kijk er wat vrolijker bij.’ De hond knikt enthousiast en zou kwispelen als hij een staart had: ‘Bravo, bravo! Het publiek smult van je werk en strooit met rozen.’

Verschenen: Mukherjee – Het lied van de cel

Afgelopen week belde de postbode aan met een pakje. Ik had geen bestellingen lopen, dus ik was best nieuwsgierig. Het bleken drie presentexemplaren te zijn van Het lied van de cel, de vertaling van The Song of the Cell van Siddhartha Mukherjee, waaraan ik heb meegewerkt.

Het boek, uitgegeven door De Bezige Bij en met de ondertitel ‘Een onderzoek naar de geneeskunde en de nieuwe mens’, heeft zes delen: Ontdekking, De ene en de vele, Bloed, Kennis, Organen en Wedergeboorte. Ik heb het tweede deel vertaald, ‘De ene en de vele’. De andere twee vertalers, Pon Ruiter en René van Veen, hebben het leeuwendeel voor hun rekening genomen.

‘Mijn’ deel gaat over de inwendige anatomie van de cel, de reproductie van cellen, de bewerking van cellen en hoe cellen zich ontwikkelen tot een organisme. Mukherjee behandelt deze onderwerpen met veel aandacht voor de betrokken onderzoekers. Dat levert onderhoudende verhalen op, over onderwerpen als de ontwikkeling van ivf, de moeite om te verhinderen dat ‘thalidomide’, bij ons beter bekend als Softenon, op de Amerikaanse markt werd toegelaten als geneesmiddel, en het schandaal over de onverantwoorde bewerking van menselijke genen door He Jankui, die naderhand tot drie jaar gevangenisstraf werd veroordeeld.

Het ‘technische’ gedeelte bevat wel wat jargon, maar veel ervan was ik op de middelbare school al tegengekomen bij de biologieles, dus dat was meer een opfriscursus. En regelmatig biedt ook het internet uitkomst. De meeste problemen had ik bij de illustraties. In de door Mukherjee zelf getekende plaatjes had hij de onderdelen handmatig ingeschreven, in een kriebelig handschrift. Uiteindelijk was ik daar wel uitgekomen en ik heb die teksten ook netjes aangeleverd, maar in de eerste drukproef was het een rommeltje geworden. Uiteindelijk heeft de uitgeverij die ingeschreven teksten in het boek onvertaald gelaten, zag ik.

Nu ik het echte boek in handen heb ga ik het eindelijk in zijn geheel lezen, als gewone consument bij wijze van spreken. Daar was ik toen ik ermee bezig was namelijk niet aan toe gekomen en bovendien lees ik nog altijd liever van papier dan van een scherm.

Octopus

Toen ik onlangs last had van vocht in mijn hals en schouder heeft de therapeute mijn hals ingetapet met ‘octopustape’. Deze buitenmodel pleister zou bijdragen aan het wegmasseren van het vocht. Het zag er indrukwekkend uit en heeft ook wel geholpen, maar wat me het meest opviel was de naam, octopus, want er zaten maar drie uitlopers aan. Een octopus is immers een inktvis met acht armen, en de naam is afgeleid uit het Griekse oktopous (met acht voeten).

Op Nederlandse sites vond ik de naam ‘octopustape’ voor die pleister niet terug. Daar heet het ‘curetape’, kinesiotape of flexitape. Wel zag ik dat er veel meer mogelijk is qua kleur. Op Engelstalige sites ontdekte ik dat het een merknaam is, voor een bepaalde vorm van fysiotherapie. De drie armen in mijn exemplaar had de therapeute er zelf ingeknipt.

Op internet bleef ik nog even hangen bij een paar interessante octopussen.

In 2010 was de Duitse Paul de Octopus enige tijd een internationale beroemdheid doordat hij tijdens het wereldkampioenschap voetbal in Zuid-Afrika de uitslagen van wedstrijden goed voorspelde, met name die van het Duitse elftal, maar ook  de finale waarin Nederland van Spanje verloor. Toen Duitsland in de halve finale werd uitgeschakeld moesten Paul  en zijn aquarium extra beveiligd worden, want veel Duitsers reageerden hun woede af op de octopus. Een andere, iets ludiekere vorm waarin dat gebeurde was met een overmaat aan inktvisrecepten.

Verder blijkt er een inktvisjesproject voor couveusekindjes te bestaan. Baby’tjes worden rustig als ze zo’n octopus naast zich hebben. De door vrijwilligers gehaakte of gebreide octopusjes moeten aan strikte voorwaarden voldoen. In het vergelijkbare Belgische project gaan afgekeurde exemplaren naar lokale rusthuizen of dementie-afdelingen van een ziekenhuis, waar de mensen vaak ook gebaat zijn bij iets rustgevends. Ingrid Dam, een van mijn volgers, heeft er vroeger enkele honderden gehaakt, vertelde ze. Een aantal daarvan is te zien op onderstaande foto.

Als je haken of breien te ingewikkeld of te tijdrovend vindt, kun je voor bijvoorbeeld pakjesavond altijd nog een octopus maken op basis van een van de vele knutselideeën voor kinderen die op internet staan. Van lege wc-rollen, kartonnen wegwerpbordjes, plastic koffiebekers of gewoon een paar velletjes papier en wat verf maak je de mooiste exemplaren.

Najaarsconcert Cantarella

Op  vrijdag 25 november geven we met Cantarella een najaarsconcert, ‘Herfststemmen’, dat enigszins afwijkt van onze gebruikelijke concerten. De uitvoering is namelijk niet in Delft maar in Schiedam, in de Grote of St. Janskerk, en we zingen deze keer niet met orkest maar met orgelbegeleiding.

Het verbaasde me wel dat we niet in Delft optreden, maar dat schijnt te maken te hebben met het orgel en de plaats daarvan ten opzichte van koor en dirigent. De titel ‘Herfststemmen’ is ons niet nader uitgelegd, maar daar valt van alles bij te verzinnen natuurlijk. In ieder geval hebben we een aantrekkelijk programma met werken van Duitse en Franse componisten.

De hoofdmoot van het programma is het Requiem van Duruflé (opus 9, 1947). Daarnaast voeren we als koor enkele losse, kleinere werken uit:

Geistliches Lied – opus 30 van Johannes Brahms. Brahms schreef dit lied in 1856 toen hij en de violist/dirigent/componist Joseph Joachim compositieoefeningen uitwisselden en bekritiseerden. Van die oefeningen is dit het enige wat naderhand uitgegeven werd, in 1864, als opus 30.

Hear my prayer van Felix Mendelssohn. Mijn eerste gedachte hierbij was waarom zingen we dat in het Engels? De oorspronkelijke versie uit 1844 (WoO15) blijkt echter inderdaad een Engelse tekst te hebben. Mendelssohn schreef het in opdracht van William Bartholemew voor een uitvoering in de Londense concertzaal Crosby Hall. In 1847 heeft Mendelssohn zelf nog een versie met een Duitse tekst gemaakt (Hör’ mein Bitten).

Cantique de Jean Racine van Gabriel Fauré (opus 11, 1865). Dit is natuurlijk een echte klassieker, met een notering op nummer 15 van de klassieke Top 400. Fauré schreef het toen hij negentien was en hij won er een eerste prijs mee bij zijn afstuderen.

Het Requiem van Duruflé (nummer 212 in de Top400, ook niet slecht)  is minder bekend dan dat van Fauré, waarvan Duruflé de structuur en de contemplatieve sfeer heeft overgenomen. Het werk bevat veel gregoriaanse melodieën en is opgedragen aan de nagedachtenis van zijn vader.

Op het programma staan verder een paar nummers voor onze solisten, de sopraan Meneka Senn  en de bas Gulian van Nierop. Alle werken worden op het orgel begeleid door Arjen Leistra en het geheel staat onder leiding van onze dirigent Dennis Broeders. Informatie over de kaartverkoop staat op website van Cantarella.

Hopelijk laat het publiek zich er niet van weerhouden om de reis naar Schiedam te ondernemen, want het belooft een mooi concert te worden.