Zondagochtend – een verhaaltje

Op een vroege zondagochtend liep ik in Den Haag door de uitgestorven Lange Poten. Op een overvolle vuilnisbak zat een meeuw, waarvan ik toen een helaas wat onscherpe foto heb genomen. Toen we onlangs voor het Schrijfkwintet een verhaaltje zouden maken vanuit het perspectief van een dier herinnerde ik me die foto, die ik nog ergens op mijn computer had staan en zowaar terug kon vinden. Dat was de inspiratie voor ‘Zondagochtend’.


Zondagochtend

Ik ga niet graag de stad in. Het stinkt er. Meestal krioelt het van de mensen en wanneer je op straat op zoek bent naar iets eetbaars jagen ze je weg. Het liefst scharrel ik mijn kostje bij elkaar aan de kust. In de buurt van de strandterrassen kan ik vaak smullen van een patatje dat in de vuilnisbak of daarnaast is beland. Maar buiten het seizoen is daar niet veel te vinden en maak ik ’s morgens in alle vroegte wel eens een uitstapje naar de stenenwoestijn. Het is er dan nog stil en ook daar kom je soms onverwacht heerlijkheden tegen. Die liggen in open containers en zijn verpakt in plastic zakken die ik met mijn snavel gemakkelijk kapot kan scheuren.

Vandaag is het weer zo’n dag. Al vanaf gisteren regent het. De mensen blijven binnen en voor ons valt er buiten dus weinig te halen. Als ik aan kom vliegen zie ik dat ik niet de eerste ben. Mijn vriendin Wiek staat parmantig op me te wachten op een goed gevulde vuilnisbak. Die staat voor een viswinkel en de geur is veelbelovend. Wiek is sneller dan ik, maar zoals altijd heeft ze ook nu op me gewacht. Ik schreeuw haar een groet toe en samen pikken we ons een weg naar het verborgen feestmaal.

We zijn bijna klaar met de restanten van een heerlijke maaltijd wanneer we opschrikken van een oorverdovend gekrijs. We duiken op uit de bak en zien hoe Kral en zijn vrienden in een duikvlucht dreigend op ons afkomen. Die pestkoppen zijn ons gevolgd en willen nu met veel lawaai onze veelbelovende stek inpikken. Met hun scherpe snavels proberen  ze ons weg te jagen. We stellen ons luidruchtig teweer, maar helaas zijn ze groter en sterker dan Wiek en ik. Uiteindelijk moeten we de strijd opgeven en we vliegen snel de straat uit. Ach, het is zo langzamerhand toch tijd om terug te gaan en de lekkerste hapjes hebben we allang verorberd.

In de verte klinkt het gegrom van een naderende vuilnisauto.

Nadat ik dit in de groep had voorgelezen kreeg ik een vraag over de laatste zin, die ik had verzonnen als een soort uitsmijter. Komen er op zondagochtend eigenlijk wel vuilnisauto’s om die bakken te legen? Dat wist ik niet en het is me niet gelukt om het te achterhalen. Wel ontdekte ik onderweg wat de herkomst is van de naam Lange Poten (bekend van Monopoly). De straat werd in 1392 ‘Potenstraet’ genoemd, omdat er bomen werden gepoot. In die tijd was het zandpad tussen het Spui en het Haagse Bos een ideale grond om wilgenbomen te planten.

Ook vond ik een aankondiging uit 2019 van de gemeente Den Haag dat je gratis gele vuilniszakken kon ophalen die beter bestand tegen meeuwen zouden zijn: ‘Het broedseizoen is weer begonnen en dan gaan de Haagse meeuwen op strooptocht door de stad. Dat betekent veel gescheurde vuilniszakken, rotzooi en stankoverlast. De gemeente gaat de strijd aan met als geheime wapen: Gele vuilniszakken.’


Voorlopig houd ik toch maar vast aan de titel en laat ik ook de laatste zin staan. Als ik ooit te weten kom dat het niet kan, is het vroeg genoeg om hem weg te halen.

2 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *