Sferen

Toen het in januari begon te vriezen was de poolwervel in het nieuws. De poolwervel is een lagedrukgebied in de stratosfeer in de buurt van de polen dat langere tijd op dezelfde plek blijft hangen. Als de stratosfeer opwarmt verzwakt die wervel en stulpt hij als het ware uit over het aardoppervlak. Deze verstoring plant zich naar beneden voort en beïnvloedt de ligging van de straalstroom in de troposfeer, met een ‘uitbraak van koude poollucht’ tot gevolg, zoals het KNMI in zijn uitleg van de straalstroom schrijft.

Er was dus sprake van een straalstroom in de troposfeer en een poolwervel in de stratosfeer. Toen ik dit las vroeg ik me af hoe het ook al weer zat met die sferen. In de atmosfeer onderscheidt men vijf opeenvolgende hoofdsferen:  de troposfeer, de stratosfeer, de mesosfeer, de thermosfeer en de exosfeer, met  als tussenlagen de tropopauze, stratopauze, mesopauze en thermopauze.


De troposfeer, de onderste laag, bevat ongeveer tachtig procent van de totale luchtmassa. In deze laag van de atmosfeer is er veel beweging, zoals ons dagelijkse weerbericht illustreert.

De stratosfeer is daarentegen vrij stabiel, ook qua temperatuur. Naarmate je hoger komt stijgt de temperatuur wel geleidelijk. Dat komt door de absorptie van de ultraviolette straling uit zonlicht door de roemruchte ozonlaag, die het schadelijkste deel ervan tegenhoudt.

In de mesosfeer daalt de temperatuur tot rond de -100 °C. Verschijnselen als lichtende nachtwolken en vallende sterren vinden hun oorsprong in de mesosfeer.

In de thermosfeer neemt de temperatuur weer toe met de hoogte. Ook hier wordt uv-straling afkomstig van de zon geabsorbeerd. De temperatuur is dan ook afhankelijk van de zonneactiviteit. De deeltjes in deze laag worden door de straling geïoniseerd. Het is een belangrijk deel van de ionosfeer, die zich vanaf de mesosfeer naar boven toe uitstrekt.

De exosfeer is de bovenste laag. Daar neemt de temperatuur niet meer toe met de hoogte en gaat de dampkring van de aarde over in het luchtledige van de ruimte.

Naast deze atmosferische sferen heb je ook nog de magnetosfeer, het gebied waarin het magnetisch veld van de aarde invloed heeft en waarvan de ionosfeer de onderste laag is, en de biosfeer, het leefgebied van alle aardse organismen, dat behalve een deel van de atmosfeer – tot acht kilometer hoogte, waar er voldoende zuurstof is – ook deel uitmaakt van de hydrosfeer (het water op en onder de planeet) en de lithosfeer (het buitenste  gedeelte van de vaste aarde).

Nu heb ik volgens mij de  belangrijkste sferen wel weer min of meer op een rijtje. Kennelijk is de poolwervel inmiddels weer tot rust gekomen en maakt de biosfeer zich in deze contreien zich op voor de lente: ik heb de eerste sneeuwklokjes alweer gezien.

1 Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *