Tijdens onze korte vakantie in Kaatsheuvel hebben we niet alleen aan cultuur gedaan (Efteling) en sport (minigolf), maar ons ook in de natuur begeven. Ondanks dreigende regen hebben we een wandeling gemaakt naar ‘De Brabantse Sahara’. Dat is de bijnaam van de Loonse en Drunense Duinen, een grote zandverstuiving. Onze tocht voerde voornamelijk door het bos, wat ik eerlijk gezegd wel zo prettig vond, want dat lopen door rul zand ligt me niet.
Deze ‘Brabantse Sahara’ is een nationaal park van Natuurmonumenten, dat het al in 1921 heeft aangekocht, waardoor we nu nog van deze woestijn kunnen genieten: ‘In de Loonse en Drunense Duinen vind je bos, heide en vooral veel zand. Het is een van de grootste stuifzandgebieden van West-Europa. De wind kan op veel plekken ongestoord waaien en dat zorgt voor een steeds veranderend landschap.’
Na een klein half uur stuitten we plotseling op een grote waterplas, prachtig omzoomd door bosschages in herfstkleuren. We liepen er omheen en aan de overkant stond een bordje met een toelichting, het gebied is duidelijk bezoekersvriendelijk. Het meer bleek te zijn aangelegd als ijsbaan. Die zul je niet gauw tegenkomen in andere Sahara’s. Deze ‘Kaatsheuvelse ijsbaan’ werd in 1933 met de hand gegraven als project om werklozen bezig te houden. ‘Om ze langer aan het werk te houden, mocht het graafwerk niet te snel klaar zijn. Al het zand moest met de schop worden afgegraven en met kruiwagens worden afgevoerd.’

Van de Sahara hebben we uiteindelijk niet veel gezien, al had de ijsbaan vrij brede oevers met zand en meenden we op een bepaald moment aan de horizon wel een streepje zand te ontwaren. Toen het na een uurtje begon te regenen hadden we weer even genoeg natuur genoten en zijn we teruggegaan. Naderhand zagen we op de kaart – die we helaas in het huisje hadden laten liggen – dat de zandverstuiving waaraan de Brabantse Sahara zijn naam heeft te danken veel verder weg ligt.
