-moedig

Op mijn lijstje met woorden die om de een of andere reden mijn aandacht trokken staan er een paar die eindigen op –moedig. De betekenis ervan heeft niet te maken met moed in de zin van onverschrokkenheid, maar met moed in de verouderde betekenis van gemoed of stemming. Van Dale zegt over -moedig: ‘als tweede lid in samenstellende afleidingen die betekenen: zo gestemd of gezind als door het eerste lid wordt aangegeven.

Als je er eenmaal op let kom je er steeds meer tegen:  kloekmoedig, lankmoedig, mismoedig, vrijmoedig, blijmoedig. In zekere zin kun je enkele van die -moedige woorden die duidelijk op een bepaalde stemming wijzen zien als voorlopers van de huidige smileys. Dat geldt bijvoorbeeld voor blijmoedig (vrolijk) of zwaarmoedig (somber).

Niet alle  ‘-moedige’ woorden zijn direct tot een bepaalde smiley te herleiden, maar die zijn ook om iets anders interessant. Een van de eerste -moedigen waarover ik me verwonderde was ootmoedig  in het derde couplet van het kerstlied ‘Nu sijt wellekome’:  ‘Ze offerden ootmoediglijk mirr’, wierook ende goud.’ Eigenlijk was alleen goud een woord dat ik kende. Veel woorden in die oude kerstliederen hadden voor mij als kind iets magisch, omdat ze me volslagen onbekend waren. Ootmoedig betekent nederig, deemoedig (nog zo’n -moedig woord!): ‘stemming van nederige onderworpenheid’.

Lankmoedig (geduldig, verdraagzaam) had ik genoteerd toen ik het ergens was tegengekomen omdat ik het een mooi woord vond. Het woord blijkt vooral in de Bijbel te vinden, met name in de oudere vertalingen. Bijvoorbeeld Spr 15:18  Een grimmig man zal gekijf verwekken; maar de lankmoedige zal den twist stillen in de Statenvertaling. Inderdaad kom ik het woord niet dagelijks tegen.

Een grappig woord vind ik stoutmoedig, omdat hier niet alleen ‘moedig’ die wat ongebruikelijke betekenis heeft, maar ook ‘stout’. Stout is niet ‘ondeugend ’zoals in ‘Ik ben lekker stout’ van Annie M.G. Schmidt, maar ‘vermetel, driest’. Op de lagere school vond ik bij geschiedenis dat Karel de Stoute maar een rare naam had. Stoutmoedig heeft min of meer dezelfde betekenis als kloekmoedig. Behalve die Karel met zijn bijnaam de Stoute uit de vijftiende eeuw had je in de dertiende eeuw een Frederik de Stoutmoedige en in de vijftiende eeuw een Albrecht de Kloekmoedige.

Er zijn nog veel meer van die  -moedige woorden. Het zoeken in Van Dale met *moedig leverde een hele lijst op als aanvulling op de handvol woorden die ik had genoteerd. Dat was zeker geen armoedig resultaat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *